Voorpublicaties

In maart 2018 verschijnt mijn boek 'Koken met taal', een speels taalboek waarin ook een hoofdstuk komt over benamingen voor iets wat te eten of te drinken is. Maar het gaat dan uitsluitend om benamingen die verwijzen naar Nederlandse plaatsen en streken via een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord. 'Elstar' (appels uit Elst) doet dus niet mee. Ik spel de afleiding van de plaatsnaam of streeknaam steeds met een hoofdletter en het bijbehorende zelfstandig naamwoord met een kleine letter. Hier de voolopige lijst, die nog aanvulling en wellicht ook correctie behoeft. Aaanvullingen en correcties kunnen gestuurd worden naar: mailto:info@wimdaniels.nl

Achterhoeks berkensap
Achterhoeks kaneelbeschuit
Alkmaarsche kogels: chocolade truffels.
Alkmaarse jongens: een koekje met halve amandelen erop.
Almeerse bouwsteentjes: chocolaatjes.
Amerongse wafels
Amersfoorts blond: bier.
Amersfoortse keitjes: snoepjes die lijken op keitjes; daarnaast zijn er ook Amersfoortse keikoekjes.
Amsterdamse pitmop: boterkoekje met hele amandel.
Amsterdamse ui: gewone ui die na de oogst ervan wordt ingelegd in azijn en specerijen, waaronder saffraan, dat de Amsterdamse ui zijn gele kleur geeft.
Arnhemse meisjes: ovale, hardgebakken gistdeegkoekjes, bestrooid met suiker.
Beiler kontjes: gebakjes met perzik en slagroom.
Bergambachtse spinwijven: zacht brood, onder andere gevuld met krenten, alleen verkrijgbaar op sinterklaasmiddag. De herkomst van de benaming is onduidelijk.
Blokzijler brok: speculaaskoek.
Boakels bumpke: bier uit Bakel.
Bossche bol: chocoladebol van soezenbeslag, gevuld met slagroom en geglazuurd met gesmolten chocoladefondant (fondant wordt gemaakt door suiker en glucose te koken).
Boxtelse mop: koekje dat de smaak heeft van taaitaai.
Brabants roggebrood
Brabants worstenbroodje
Brielse zandtaartjes: koekjes.
Budels bier
Dalfser moppen: koekjes.
Deldense moppen: roomboterkoekjes.
Deventer koek: ontbijtkoek, peperkoek.
Over de Deventer koek is al in de zeventiende eeuw een vers gemaakt: ‘Die Deventer koecken zijn door geheel Holant zeer gepresen
Omdat zij door eenen mengher ghemenght moeten wesen
Omdat de Hollanders diese willen na maeken
Die schorten niet Als zij konnen die smack niet raecken
Daerom soo zijn de Deventer koecken van eenen stof
Maer de een backer bult fien ende een ander grof’
Doesburgse moppen: kruidige koekjes.
Dokkumer kofje: koffie, met Berenburg en slagroom.
Dordtse schapekop: Een roomboterkoekje met een garnituur van amandel in de vorm van schapekop.
Drentse schapenkeutels: salmiakballen.
Drentsche turfjes: een soort chocoladecupjes met karamel.
Dwarsgrachter slootwater: koffielikeur. Dwarsgracht behoort tot Steenwijkerland, Overijssel.
Edammer kaas
Elburger botjes: koekjes in de vorm van een vis.
Eldense blauwe: een pruimensoort.
Flakkeese kruukplaetjes: zoete koekjes.
Hier het recept in het Flakkees dialect, in dichtvorm:
‘Un half poend suker, un snufje zout en keneel
Dat roer je door un poend taarwemeel
Un half kommetje maalk en un half poend gesmolten butter mot er dan nog deurheen
Zodat je man dan kan gaan kneeen
Van het deeg draait men ronde balletjes
Druk ze dan tot platte gevalletjes
En doe ze in een droage koekepan
Zodat men er even later van smullen kan.’
Fries roggebrood
Friese keukenstroop
Fryske dumkes: koekjes in de vorm van een duim.
Friese nagelkaas: kaassoort met kruidnagel en komijn.
Friese oranjekoek: met gekonfijte snippers sinaasappelschil die in de koek worden meegebakken.
Gelderse rookworst
Gieterse pannenkoeken
Gooische matrasjes: bonbons.
Goolse geitbonbon: ook wel Gools sikkeneutje genoemd; het is bonbon gevuld met likeur.
Gorcumse zoute bollen: koekjes.
Goudse kaas
Goudse stroopwafels
Groninger koek
Groningse worst
Grunnegur mollebonen: geroosterde, licht gezouten paardenboon.
Gulpener bier
Haagse bluf: zoet en luchtig nagerecht.
Haagse hopjes: snoepjes met een lichte koffie- en karamelsmaak.
Haagsche kakker: krentenbrood, met amandelspijs, kaneel, roomboter en noten.
Haagse jantjes: bonbons.
Haagse ooievaartjes: hazelnoot-kaneelkoekjes.
Haarlemmer halletjes: brosse, krokante koekjes.
Hapse non: brood met krenten, rozijnen, banketbakkersroom en amandelspijs.
Hedelse paardenmoppen: een soort taaitaai, waarvan de naam verwijst naar de paardenmarkt in Hedel (de eerste maandag na Allerzielen). De Hedelse paardenmoppen zijn ook alleen tijdens de paardenmarkt verkrijgbaar.
Heemskerkse ezelsoor: gebakje.
Heezer geitenkaas
Heukelumse krakelingen
Hollandse nieuwe
Hoornsche broeder: krenten-rozijnenbrood met een kaneelvulling.
Huizer mannetjes: speculaasjes.
IJmuider sluisjes: hazelnootgebak, gevuld met mokkacrème.
Jouster pof: grote krentenbol gevuld met amandelspijs, bruine suiker en kaneel.
Kamper steur: eiergerecht van zes hardgekookte eieren, met gebloemde vis- of eierbouillon als saus.
Het verhaal wil dat de bisschop eens op bezoek zou komen in Kampen en dat men hem een lekkere maaltijd wilde voorschotelen. Er werd speciaal daarvoor een steur gevangen in de IJssel en die bleek uitzonderlijk groot te zijn. De koks wilden ermee aan de slag gaan toen ze het bericht kregen dat de bisschop wegens ziekte toch niet zou komen. Men zette de steur weer terug in de IJssel, maar bond hem wel eerst een bel om, zodat ze hem weer terug zouden kunnen vinden. Toen de bisschop niet veel later toch op bezoek kwam, bleek de steur met de bel niet te vinden te zijn. Men serveerde daarop een alternatief dat ondanks de afwezigheid van steur toch de naam ‘Kamper steur’ kreeg.
Katwijkse knip (katukse knip): een koekje.
Kempisch roggebrood
Kessels veerneutje: sterke drank.
Kesselse kusjes: koekjes in de vorm van een kusje.
Knoalster Drankje: likeur met de smaak van boterbabbelaar, karamel en vanille, verwijzend naar Oost-Groningen (o.a. Stadskanaal, ook Knoal genoemd).
Krimpens bokbier
Laarbeeks blond: bier.
Leerdammer kaas
Leidse kaas
Leidse sleutelkoekjes
Lelystads lekkerding: taartje gebaseerd op appelgebak met Flevolandse ingrediënten.
Leusder spul: kruidenbitter.
Liempds klumpkesbrood: brood met rozijnen, krenten, hazelnoten, cashewnoten, kaneel en honing dat wordt gebakken door bakker Jos van Eijdhoven uit Liempde (Noord-Brabant), die met de naam van het brood naar een andere (vroegere) specialiteit van Liempde verwijst: klompen maken.
Limburgse vlaai
Maastrichts zuurvlees
Meppeler kluiten: grote stukken boter.
Mierlose zwarte: kersen
Mills mikske: brood.
Molkwarder Koeke
Nieuwendamse duivekater: feestbrood, soms ook wel scheenbeenbrood genoemd, omdat de vorm ervan aan een scheenbeen kan doen denken; mogelijk vernoemd naar een (Leidse) bakker die leefde rond 1450 en Deuvekater heette.
Nijkerkse torenaartje: gebakje.
Nijmeegse lopertjes: dropjes.
Noordwijks zeewater: kruidenbitter.
Oerse flappen: appelflappen.
Oerse snebbels: schuimbrokken.
Oirschotse muts: koek gemaakt van een meergranen volkorendeeg, gevuld met rozijnen, natuurhoning, stroop en vermalen amandelen.
Opperdoezer ronde: aardappelras uit Opperdoes en omstreken.
Ouderkerkse turfjes: koekjes.
Ouderkerkse kaneeltjes: gebak.
Overschiese kontjes: gebakjes.
Peizer hopbier
Roermondse boomstammetjes: chocola met truffelvulling.
Rijssens hartje: speculaasproduct.
Sallandse kruudmoes: soepachtig gerecht op basis van gort en karnemelk.
Scheveninger herfstbock: bier.
Schiermonnikoger strandkoeken
Schouws palingbrood
Sneeker drabbelkoeken
Soester knolletjes: stamppot van aardappelen en koolraap.
Spakenburgs hart: koek in de vorm van een hart.
Staphorster rolletje: krokante koffiesnack.
Staphorster fleeren: kruidkoekachtige wafels.
Steenwijker goudmoppen: koekjes.
Stolwijkse boerenkaas
Texel juttertje: kruidenbitter.
Tielse kermiskoek
Twels pilsener: bier, verwijzend naar de plaats Uitwellingerga, Friesland.
Twentse bakleverworst
Twentse boerenjongens
Twentse krentenwegge: brood.

Uddeler meertjes: ronde koeken.
Udenhoutse broeder: brood met onder andere rozijnen en amandelspijs, ook bekende als de Brabantse broeder.
Ujese zwarte: kersen uit Uden.
Urker vistaart: verzonnen benaming voor een niet bestaande taart, ooit verzonnen door drie Twente scholieren, die de taart ook op internet zetten, waardoor mensen gingen denken dat ‘Urker vistaart’ echt bestaat.
Utrechtse domtorentjes: bonbons van pure chocolade.
Utrechtse spritsen
Veghelse krol: witbrood met anijs, gebakken tot een broodje met daarop een laagje roomboter en speculaas.
Veldhovens nipperke: likeur.
Veldhovense meisjes: gebakje met karamel en drie soorten noten.
Veluwse koeken
Veluwse schavuit: bier.
Vlaardingse ijzerkoekjes
Vlaardingse harinkjes: koekjes.
Wageningse wieltjes: koekjes
Wassenaarse poffer: gevulde krentenbol, onder andere met amandelspijs.
Weerter vlaaitjes: Antje, die in Weert een kleine honderd jaar geleden, de uitbaatster was van de stationsrestauratie, ging met kleine vlaaien langs treinen die stopten op het station van Weert. Haar vlaaitjes waren bij de reizigers zeer in trek. Dat Weert nu nog altijd ‘vlaaienstad’ wordt genoemd, schijnt te danken te zijn aan Antje van de statie.
Weesper moppen: koekjes van amandelspijs, amandelen en suiker.
Westerleese kers
Westfriese krentenmik
Wieckse witte: bier, vernoemd naar de Maastrichtse wijk Wijck.
Winschoter citroenballen
Witgoorse koekjesvla
Woerkumse slof: krentenbol die eruitziet als een slof.
Zaanse mayonaise
Zeeuwse bolus: zoet koffiebroodje.
Zeeuws spek
Zeister krentenkakkers: koekjes.
Zuidlaarder bol: groot en rond brood met rozijnen en krenten.
Zeeuwse babbelaars: snoepjes gemaakt van boter, azijn, suiker, water en een beetje zout; ook ‘boterbabbelaars’ genoemd.
Zwolse balletjes: snoepjes.
Zwolse blauwvingers: koekjes in de vorm van een vinger.
Zeeuwse mosselen
Zeeuwse rondjes: koekjes op basis van margarine en roomboter.
Zutphense mosterd: er is ook Groninger mosterd, Zwolse mosterd, Deventer mosterd, Doesburgse mosterd, Almense mosterd, Veendammer mosterd, Delftse mosterd en Brabantse mosterd.

Iemand wilde ook nog graags ‘Helmonds Port’ vermeld zien; maar dat bleek bij nadere beschouwing de voetbalclub ‘Helmond Sport’ te zijn.
En iemand anders wilde graag Osse worst opgenomen zien (worst uit Oss), maar dat betreft ‘ossenworst’, ook wel bekend als Amsterdamse worst. 
 

 

 

 

  • Amazonenlaan 39 5631KX Eindhoven
  • |
  • mob. 06 - 488 149 76
  • |
  • tel. 040 - 24 64 993
  • |
  • info@wimdaniels.nl