Voorpublicaties

Onlangs is mijn nieuwe non-fictieboek verschenen: De zomer van 1945. Hier een hoofdstuk eruit: 

Zondag 24 juni 1945: Pietje, Harrieke, Albertje en Gerardje

Een oorlog is nog niet voorbij als hij afgelopen is. Ik schreef het in de inleiding en ik herhaal het hier nog een keer. Ik zou het nog vaak kunnen herhalen.
Op 24 juni 1945 kwamen in het Limburgse plaatsje Well, dat op 3 maart 1945 bevrijd was, Pietje en Harrieke Deckers, respectievelijk 10 en 6 jaar oud, en Albertje en Gerardje Thijssen, 6 en 5 jaar oud, om het leven toen er een landmijn ontplofte in de Grote Waaij in Well, waar ze aan het spelen waren. Drie van hen waren op slag dood; de vierde overleed na korte tijd aan zijn verwondingen. Op het overlijdensprentje van Albertje en Gerardje stond dit:

Ter nagedachtenis aan onze dierbare kinderen Albert en Gerard Thijssen, die 24 juni 1945, terwijl zij hun kinderspel speelden, voor onze ogen zoo wreed van ons werden weggerukt. Onze beide lievelingen waren geboren te Well. Albert 5 maart 1939 en Gerard 24 juni 1940. Tesamen met hun kleine vriendjes Pietje en Harrie Deckers, die bij hetzelfde ongeluk om het leven kwamen, zijn zij begraven op het R.K. Kerkhof te Well 27 juni 1945.

Het prentje voor Pietje en Harrieke Deckers had een vergelijkbare tekst.
Na de bevrijding veroorzaakte achtergebleven oorlogstuig – zowel van Duitse als geallieerde makelij – veel van zulke grote tragedies. Niet zelden waren er kinderen bij betrokken, zoals ook in de boswachterij van Borger-Odoorn in Drenthe, waar drie kinderen (twee broers en hun vriendje) op 22 juli 1945 omkwamen door het spelen met achtergebleven munitie: Derk Pepping (14 jaar oud), Kornelius Pepping (9 jaar) en Remmelt Groenwold (14 jaar). Op de plaats waar het gebeurde staan nu nog drie monumentjes.
Tussen de plaatsen Paesens en Alddyk (Friesland) staat eveneens een monument voor naoorlogse slachtoffers van achtergebleven explosieven. Het is een monument – in de vorm van een zeemijn – ter nagedachtenis aan acht volwassenen die op 10 september 1945 in de buurt ervan om het leven kwamen bij het demonteren van een aangespoelde zeemijn. Het waren vijf leden van de zogenoemde ‘springgroep’ van de Koninklijke Marine en drie mensen uit de lokale gemeenschappen Paesens, Alddyk en Marrum.

Anderszins waren er eveneens schokkende naweeën van de oorlog. Neem de 23e juni 1945, een dag voordat de vier kinderen in Well omkwamen. Gerrit Rothman, 25 jaar oud, en zijn moeder Gezina, 51 jaar, waren aan het hooien op het landgoed Hof Espelo bij Enschede. Ze werden geraakt door brokstukken van een net neergestort Canadees gevechtsvliegtuig dat even daarvoor was opgestegen van vliegveld Twente om koers te zetten naar Engeland. Aan boord waren de piloot John Henry Skelly (23 jaar), navigator Peter James Lim (ook 23, beiden waren Canadezen) en luitenant James William George, 28 jaar, uit Nieuw-Zeeland. Het toestel was om 10.00 uur opgestegen. De bedoeling was dat de Mosquito in formatie zou gaan vliegen, samen met andere vliegtuigen die naar Engeland gingen. Bij het navigeren naar de juiste positie moet het mis zijn gegaan. Zeven minuten na de start boorde het toestel zich in de grond, op het veld waar Gerrit en Gezina aan het hooien waren.
Je kunt je voorstellen hoe het eigenlijk had moeten gaan. Gerrit en Gezina die de gaffel even stilhielden om omhoog te kijken naar vliegtuigen die laag over kwamen vliegen. Ze zullen de vliegtuigen herkend hebben als vliegtuigen van de bevrijders. Ze zullen misschien gezwaaid hebben, met een zakdoek of ze zullen de gaffel in de lucht hebben gestoken als groetteken.
Zo ging het dus niet.
Bij de begrafenis van Skelly, Lim en George, op een kerkhof in Enschede, legde ook de familie Rothman bloemen.
 

 

 

 

  • Amazonenlaan 39 5631KX Eindhoven
  • |
  • mob. 06 - 488 149 76
  • |
  • tel. 040 - 24 64 993
  • |
  • info@wimdaniels.nl