Blog

De woorden van 2018

In 2018 verzin ik elke dag een nieuw woord of een nieuwe uitdrukking:

sportkalenderiaan: iemand die zijn/haar werkzaamheden, andere activiteiten en ook de vakanties afstemt op de grote sportgeberurternissen die er het hele jaar door zijn, zoals de Tour de France, Wimbledon, het WK schaatsen, enz. (23 mei)

opgesjeesde: een automobilist die last heeft van een bumperklever. Tot nu toe was er geen woord voor degene die opgejaagd wordt door een bumperklever. Zo'n woord is er nu dus wel: opgesjeesde. 'Sjees' is een oud woord voor een wagentje, eigenlijk een tweewielig rijtuig. Het woord gaat terug op het Franse 'chaise' (stoel). (22 mei)

zich verscheten hebben: dringend moeten poepen maar op een locatie zijn waar dat niet kan, terwijl je kort ervoor nog op een locatie was waar het heel goed had gekund, maar toen was de aandrang nog net niet groot genoeg, hoewel je er wel al aan dacht. Het schijnt vaak voor te komen bij mensen die in een hotel overnacht hebben. Ze hebben alle spullen ingepakt, checken uit en vertrekken. En ja hoor, als ze vijf minuten onderweg zijn moet er iemand heel dringend naar de wc, maar die is dan niet in de buurt. Zo iemand heeft zich dan verscheten. (21 mei)

vlagel: een stukje vel, een soort velpuntje, dat naast een nagel zit, bijvoorbeeld naast de nagel van de duim. Het doet geen pijn, maar je voelt het wel zitten en wilt het weg hebben, maar hoe? Sommigen bijten het eraf. Anderen proberen het eraf te trekken, maar dat is slechter dan bijten omdat eraftrekken de kans vergroot ook goed vel mee te trekken en dan heb je een paar dagen een soort wondje. (20 mei)

strandjuggen: in de vroege ochtend hardlopen of joggen over het strand, langs de rand van het zeewater, waarbij je soms even stopt om een mooie schelp of iets anders op te rapen. 'Juggen' van 'strandjuggen' is een verhaspeling van 'jutten' en 'joggen'. (19 mei)

stopbrood: stokbrood in het geval dat voor obstipatie zorgt, wat vaak het geval is bij vakantiegangers die op vakantie opeens veel stokbrood (moeten) eten terwijl ze dat thuis zelden of nooit doen. (18 mei)

beledigeen: een ongelukkige woordkeuze die iemand als een belediging kan opvatten maar die beslist niet zo bedoeld is. (17 mei)

faut: een fout die gemaakt wordt in een correctie van een eerder gemaakte fout. (16 mei)

alledaagsje: een klusje dat je elke dag moet doen. (15 mei)

Isrel: bijnaam van Israël vanwege de altijd maar weer oplaaiende onlusten in de Gazastrook, niet zelden met doden tot gevolg. De bijnaam houdt geen oordeel in over Israël. Het is ook geen sympathiebetuiging met wie dan ook in het conflict aldaar, dat al zo goed als mijn hele leven aan de gang is. Willen ze daar eigenlijk wel vrede? Misschien wel, maar dan alleen ten koste van de ander. Maar dat is natuurlijk geen vrede. Dat is opfreten gespeld in dit geval als 'opvrede'. (14 mei)

flipnis: iemand die geobsedeerd is door fitness en heel dwangmatig veelvuldig naar de sportschool gaat. (13 mei)

krentenier: iemand met veel geld die toch heel gierig is. Ik heb het woord niet zelf bedacht, maar probeer het hier nieuw leven in te blazen. Dolf Verspoor lijkt me de echte bedenker van het woord. Hij koos ervoor toen hij een typering moest geven van een van de personages uit het door hem vertaalde toneelstuk 'Ubu Cocu' van Alfred Jarry, dat in het Nederlands verscheen onder de titel Uburleske (1965), waarin behalve 'Ubu Cocu' ook nog 'Ubu Roi' is opgenomen. Dolf verspoor overleed in 1974 op 77-jarige leeftijd. Hij was een zeer gerenommeerd vertaler, van poëzie (o.a. Neruda), proza en ook toneel. Alfred Jarry (1873-1907) was een roemruchte, drankzuchtige dichter en toneelschrijver, uit Frankrijk. Het woord 'krentenier' geldt als een 'pletter', een nieuw woord dat ontstaat door voor een bestaand woord een extra letter te plaatsen. Ik geef veel voorbeelden van pletters in mijn boek 'Koken met taal', verschenen in maart 2018. (12 mei)

blijertje: een onverwachte meevaller. (11 mei)

loop naar de hemel: een uitdrukking die je kunt gebruiken als je vindt dat iemand onaardig doet, maar waarbij je de gangbare uitdrukking 'loop naar de hel' toch iets te sterk vindt voor de persoon in kwestie. 'Loop naar de hemel' is dan een stuk milder, maar het is wel een soort van straf, want de weg naar de Hemel gaat normaal gesproken, zo schijnt, in vliegende vaart; vandaar ook Hemelvaart. (10 mei)

opquiken: zorgen voor een goede sfeer in een bedrijf in combinatie met het behalen van goede bedrijfsresultaten. Het woord is een vernoeming (een zogenoemd 'eponiem') naar Peter Quik, die algemeen directeur is van Ergon in Eindhoven en daar in juni 2018 afscheid neemt. Ergon is de uitvoeringsorganisatie inzake de Participatiewet voor de gemeenten Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.
Onze taal kent veel eponiemen, dus woorden die zijn afgeleid van de naam van een persoon: braille (Louis Braille), bintje (Bintje Jansma), axel, een bepaalde sprong bij het kunstschaatsen (Axel Rudolf Paulsen), bilharzia, een tropische infectieziekte, ook bekend als schistosomiasis (R. Bilharz), enzovoort. De bij Ergon vertrekkende directeur Peter Quik heeft Ergon weten op te quiken. (9 mei)

vakantate: typisch vakantieliedje, een zomernummer, een zomerhit, bijvoorbeeld 'Sweets for my sweet', uit 1994 van J.C. Lewis, oorspronkelijk gezongen door The Drifters (1958) en daarna door The Searchers (1963). (8 mei)

radiolaat: iemand die als het maar even kan de radio aan heeft staan; een groot liefhebber van het luisteren naar radioprogramma's. (7 mei)

zamelaar: iemand die graag en uitvoerig, vaak veel te lang, vertelt over dingen die hij/zij verzamelt. Het woord herbergt 'verzamelen' en 'zemelen' in zich. (6 mei)

Eindelijksdag: Bevrijdingsdag. Het nieuwe woord wil ook aangeven dat er een einde komt, is gekomen, aan nog meer doden (einde lijk). (5 mei)

Gevallenendag: Dodenherdenking. Bij dit woord is het duidelijker dat het gaat om mensen die in een oorlogssituatie om het leven zijn gekomen. (4 mei)

ontkwaken: wakker worden van geluiden van dieren, zoals vogels, eenden, ganzen en kikkers. (3 mei)

besnijdenie: verbod op het besnijden van zowel meisjes als jongrens. In veel landen is het besnijden van meisjes verboden. Dat verbod is er voor jongens nog niet. IJsland wordt wellicht het eerste land waar zo'n verbod er komt. Het gaat dan om het besnijden van baby's en kleine kinderen vanwege een bepaalde geloofsopvatting.
Ik ben voor een besnijdenie. Kinderen horen niet vanwege de geloofsovertuiging van hun ouders lichamelijk te lijden of verminkt te worden. Ouders die zeggen dat een besnijdenie hun eigen godsdienstvrijheid aantast, maken een denkfout. Geloofsvrijheid houdt natuurlijk niet in dat je voor anderen kunt beslissen tot welk geloof ze behoren. (2 mei)

tweetpeuk: iemand die geregeld in twitterberichten grove en gore taal gebruikt ten aanzien van anderen. (1 mei)

swurp: het gevoel dat je hebt als er veel gebeurt maar weinig verandert: 'Ik vertrok naar Zwitserland om mijn leven radicaal om te gooien, maar zie waar ik nu ben: swurp.' 
Het is gemakkelijk om een totaal nieuw woord te bedenken, dat nergens op gebaseerd is. En het is ook niet zo moeilijk om er een betekenis aan toe te kennen. Maar zulke compleet nieuwe woorden spreken de meeste mensen niet erg aan, omdat die woorden nergens bij aansluiten. Ze vinden geen geschikte plaats binnen de bestaande woordenschat van iemand. Ze zakken er als het ware meteen helemaal doorheen. Het is ook daarom dat er in onze taal zelden echt nieuwe woorden bij komen. Ze vinden geen weerklank, omdat ze niet aanhaken bij al bestaande woorden. Ze gaan vrijwel meteen roemloos ten onder. Dat lot zal ook 'swurp' beschoren zijn.' (30 april)

eigeneinde: zelfdoding, zelfmoord. 'Zelfmoord' is een verschrikkelijk woord. En dan kun je zeggen dat het daarom mooi past bij een verschrikkelijke daad, maar de meeste mensen die kiezen voor een eigeneinde, zijn wanhopig en verdienen een beter slotwoord. Op 20 april bedacht ik er ook al een nieuw woord voor; het houdt me bezig omdat een zoon van goede kennissen onlangs op 27-jarige leeftijd voor een eigeneinde koos.
Sommige lezers zullen zeggen dat 'eigeneinde' geen nieuw woord is en dat er eigenlijk een spatie tussen de woorddelen moet staan: eigen einde. Maar zoals je 'een leeg hoofd' kunt hebben en 'een leeghoofd' kun je ook 'een eigen einde' hebben en 'een eigeneinde'. De klemtoon komt bij de aaneengeschreven vorm in het begin van het woord te liggen en de betekenis verandert dus ook. (29 april)

geborgteplaats: geboorteplaats van iemand die er allang niet meer woont maar die er wel nog altijd graag komt en er zich heel goed thuisvoelt als zij/hij er weer eens is. (28 april)

smachtfoon: de smartphone van iemand die er echt niet buiten kan, die er voortdurend op moet kijken. (27 april)

Kreuningsdag: Koningsdag voor veel mensen die midden in de drukte van Koningdag wonen en last ondervinden van herrie, wildplassers, troepverspreiders, enz. (26 april)

verspraken: een afspraak niet nakomen: het spijt me dat ik gisteren verspraakt heb. (25 april)

theemeermin: vrouw die net zo veel van koffie houdt als van thee. (24 april)

boekerang: een boek dat op de een of andere manier steeds maar weer opduikt in je leven; het kan in gesprekken zijn of je ziet het ergens op vakantie in een stoffige hotelkast liggen of je zoekt het zelf weer eens op. Het komt als een soort boemerang steeds weer bij je terug, maar het heet dus een boekerang. Het is in ieder geval een boek dat je ooit heel mooi vond en dat je nog altijd wel kunt waarderen. (23 april)

pennelap: een nieuwe pen die slecht schrijft. Hij geeft bijvoorbeeld geen inkt of hij vlekt of het dopje laat los. (22 april)

voorjaarsklasziek: het enigszins treurig stemmend besef dat de voorjaarsklassiekers bij het wielrennen alweer voorbij zijn, meestal eind april. Al snel echter volgt er na dat besef een rondedansje, omdat het tot je doordringt dat nu de grote rondes gaan beginnen, allereerst de Ronde van Italië. Maar eerst voel je je even voorjaarsklasziek. (21 april)

bevrijnde: een zelfgekozen dood. (20 april)

snakkans: de mogelijkheid om iets waar je al heel lang naar verlangde te realiseren. Het eerste deel van het woord komt van 'snakken', ergens naar snakken, waarvan trouwens ook het woord 'snack', zoals in 'snackbar', is afgeleid. Het woorddeel 'kans' is de omkering van 'snak', dus 'snak' van achteren naar voren gelezen. (19 april)

kieloepa: de gedachte aan iets uit het verleden wat bijna gebeurde en heel mooi had kunnen zijn, maar waarbij je niet genoeg initiatief nam om het daadwerkelijk te laten gebeuren. Als je een kieloepa hebt, laat je in gedachten alsnog gebeuren wat je eertijds naliet. 'Kieloepa' is een geheel nieuw woord en niet bijvoorbeeld een samenstelling of verhaspeling van bestaande woorden of delen van bestaande woorden. (18 april)

vrouwde: bedrog, in welke vorm dan ook, gepleegd door een vrouw. Bedrog gepleegd door een man heet 'mannepulatie'. (17 april)

verlante: een verlangen naar het goede weer dat bij de lente hoort. (16 april)
De schrijver-dichter P.C. Hooft (1581-1647) speelde in een van zijn gedichten ooit met de woorden 'verlengen' en 'verlangen'. Dat was in een sonnet, waarvan de laatste twee strofen als volgt luiden:

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijve ik met mishagen
De schoorvoetige Tijd, en tob de lange dagen
Met arbeid avondwaarts; uw afzijn valt te bang. 

En mijn verlangen kan de Tijdgod niet bewegen.
Maar ‘t schijnt verlangen daar zijn naam af heeft gekregen,
Dat ik de Tijd die ik verkorten wil, verlang.

moezenissen: gedachten aan je overleden moeder - als je die hebt - die op de gekste momenten door je hoofd gaan. Soortgelijke gedachten aan een overleden vader heten 'paniekaanvallen'. (15 april)

homo slapiens: de homo sapiens die in regressie is, die zich niet echt verder ontwikkelt, los van de technologie, en gewoon oorlog blijft voeren alsof dat ook bij 'de wetende mens' of 'de mens met verstand' hoort. (14 april)

kneupeltje: het dingetje, in welke vorm dan ook, waarmee je een geopende plastic broodzak weer dichtdoet. (13 april)



eterdiscipline: maaltijdetiquette. Politiewoordvoerster en tv-presentatrice Ellie Lust introduceerde bij het grote publiek het woord 'etherdiscipline', waarmee het georganiseerd communiceren met elkaar bedoeld is via zoiets als mobilofoons. 'Eterdiscipline' is afgeleid van 'etherdiscipline. (12 april)

de socale meetdia: de sociale media die door allerlei instanties gebruikt worden om er ten behoeve van de politiek of de commercie voordeel uit te putten, vooral door er diverse statistieken op los te laten. (11 april)

trouwig: rouwig zijn om het verlies van een partner die je altijd trouw bent geweest. (10 april)

een handige harriët: een handige vrouw. Van Dale kent 'een handige harry', maar geen vrouwelijke tegenhanger. Nu hoeft dat bij uitdrukkingen ook niet, maar bij het woord 'ambidexter' geeft het woordenboek Van Dale als tweede betekenis 'een handige man'. De eerste betekenis is: 'iemand die zich even vaardig van de linker- als van de rechterhand weet te bedienen'. 'Ambidexter' komt uit het Latijn, van 'ambo' (beide) en 'dexter' (rechts); iemand dus met twee rechterhanden (wat in feite weer discriminerend is ten opzichte van linkshandigen). Maar waarom een ambidexter alleen een man zou kunnen zijn, ontgaat me. Daarom als tegenwicht voor de weinig vrouwvriendelijke ambidexteromschrijving in Van Dale een nieuwe uitdrukking: een handige harriët. (In dit soort uitdrukkingen krijgt de persoonsnaam geen hoofdletter.) (9 april)

bijtcoin: pepermuntje. (8 april)

leedwoord: het verkeerde lidwoord bij een zelfstandig naamwoord: het muur, de terras, de treinkaartje, enz. Voor mensen die vanuit een andere moedertaal het Nederlands (moeten) leren, zijn lidwoorden in veel gevallen heel lastig. In hun taalgebruik zijn - als ze Nederlands spreken of schrijven - lidwoorden niet zelden leedwoorden. (7 april)

meisterlijk (proza): schitterend proza - fabuleuze verbeeldingskracht, oorspronkelijk, geen doorzichtige literaire trucs, geen clichétaal, vaart, humor, schrijnend - geschreven vanuit het perspectief van een jong meisje. 'Meisterlijk' verbindt 'meesterlijk' met 'meisje'. Drie voorbeelden van meisterlijk proza zijn: 'De avond is ongemak' van Marieke Lucas Rijneveld, 'Mensen zonder uitstraling' van Jente Posthuma, en 'Duizend vaders' van Nhung Dam. (6 april)

theesis: een opvatting die iemand heeft over hoe je thee moet zetten. Ik sprak op 30 maart 2018 Annet Malherbe. Zij heeft - ze drinkt graag thee - een heel duidelijke theesis, terwijl ik maar wat aanrommel met het zetten van thee, terwijl ik toch ook een heuse theedrinker ben (koffie heb ik nog nooit van mijn leven gedronken). Het voert te ver hier de theesis van Annet uiteen te zetten, maar ik ben er door haar theesis wel van overtuigd geraakt dat het tijd wordt dat ik ook ga nadenken over een theesis. (5 april)

fran: een fan van iemand die in feite geen echte fan is, maar die zich wel als een fan gedraagt, omdat hij/zij vrienden heeft die wel echt fan zijn en bij hen wil de fran niet achterblijven. Het woord is een combinatie van 'fan' en het eerste deel van 'franje'. (4 april)

piapa: mannenpyjama. (3 april)

reliegnie: iets wat door dwingende en opdringerige gelovigen als waarheid wordt verrkocht terwijl het om niet meer dan een aanname gaat. 'Ik heb er echt geen zin meer in om nog langer naar die reliegnies van jou te luisteren.' (2 april)

goeddoenertje: een compliment dat echt als een warm en welgemeend compliment aanvoelt: 'Ann, dank voor je goeddoenertje.' Het goeddoenertje is het zusje van het goedmakertje, een woord dat overigens ten onrechte niet in Van Dale staat; Van Dale kent alleen 'goedmaker', waarbij verder ook geen verkleinvorm is vermeld. Van Dale telt iets meer dan 300 woorden die eindigen op -ertje, waaronder: afdankertje, afzakkertje, slippertje en tikkertje. Hopelijk komt 'goeddoenertje' er nog een keer bij. (1 april)

foei: zelfstandig naamwoord; 'foei' bestaat al wel in een andere woordsoort (als uitroep), maar nog niet als zelfstandig naamwoord. Het nieuwe 'foei' heeft als betekenis: een fooi die zo laag is dat je als ontvanger ervan nog liever niks had gehad, omdat het schamele ervan als een belediging aanvoelt. (31 maart)

bruks: gezegd van een nacht waarin je weinig of zeer onrustig hebt geslapen. 'Het was bruks.' 'Een brukse nacht.'  (30 maart)

gaswonning: afscheid nemen van gaswinning en op zoek gaan naar alternatieve energiebronnen. 'In Groningen zijn ze bezig met gaswonning.' (29 maart)

Balie-Bali: naam van een reisbureau voor reizen naar Indonesië. (28 maart)

overledigen: steeds maar weer moeten denken aan iemand die overleden is. (27 maart)

slabotten: gaan slapen met de slaaprobot, de Somnox, die in 2018 op de markt komt. (26 maart)

toenderen: plotseling met enige weemoed denken aan iets kleins van vroeger, bijvoorbeeld aan de ribbeltjes zand tussen je tenen, die er op zaterdag uitgewassen werden. (25 maart)

mitrailleurvogel: specht (24 maart)

helfthaftig: een beetje dapper maar niet heel overtuigend. (23 maart)

swierp: Uitroep bij een gevoel van blijdschap en opluchting zonder dat je precies weet waarom je blij en opgelucht bent. (22 maart)

ginnekeloog: een heemkundige die alles weet van het vroegere dorp Ginneken, dat nu bij Breda hoort. (21 maart)

gedacht: een niet opgeschreven gedicht: 'Ik maak gedachten.' (20 maart)

slogo: een logo waarin ook een slogan is verwerkt. (19 maart)

fruitdrukking: uitdrukking waarin een woord zit dat naar fruit verwijst. (18 maart)

excuussneeuw: sneeuw die nog valt als het al bijna voorjaar is; meestal dunne sneeuw, fijngesneden door de wind. (17 maart)

herkouwen: opnieuw koud worden, vooral gezegd (of liever nog geschreven) van het weer in maart of april als iedereen denkt dat de winter voorbij is maar er toch weer een koudeperiode aanbreekt. (16 maart)

bigdataal: onsamenhangend, bombastisch gesprek over big data omdat de gespreksdeelnemers geen van allen precies weten waar ze het over hebben. (15 maart)

kliepje: dingetje, wat voor dingetje dan ook, waarmee je een broodzak afsluit. Een kliepje zou geen kloepje kunnen heten, want de 'oe' van kloepje is te fors voor een kliepje. (14 maart)

wegwee: het gevoel van iemand die op vakantie gaat maar daar erg tegen opziet. (13 maart)

zijnstoring: aanrijding met een persoon op het spoor (NS-taal); seinstoring is mechanisch, zijnstoring is menselijk. (12 maart)

vogelwekker: het fluiten van de vogels in de vroege ochtend. (11 maart)

recenzeren: een negatieve recensie schrijven over een boek of film waarin de schrijver of regisseur - los van de min of meer objectief gehanteerde beoordelingscriteria - een extra trap na krijgt. (10 maart)

datamineren: proberen te achterhalen welke instanties allemaal gegevens van je opslaan als gevolg van je computer- en smartphonegebruik. (9 maart)

zouthaantje: iemand die een gigantische salarisverhoging krijgt. Het woord 'salaris' gaat terug op het Latijnse 'sal', zout. Salaris was aanvankelijk een toelage om zout te kunnen kopen (8 maart).

weewee'en: niet op een wachtwoord kunnen komen. (7 maart)

beboekdrukt: het gevoel van spanning bij vrijwel elke schrijver kort voor het verschijnen van een nieuw boek. 'Vrijdag verschijnt mijn nieuwe boek, Koken met taal, en ja, ik voel me wel een beetje beboekdrukt.' (6 maart)

inwerkelijken: na een ingrijpende gebeurtenis, bijvoorbeeld het overlijden van een naaste familielid, proberen weer op gang te komen. (5 maart)

plotsklap: de geestelijke klap die je krijgt wanneer iemand die dicht bij je staat plotseling, geheel onverwachts, overlijdt. (4 maart)

phiets vrij: gebruik geen smartphone terwijl je fietst. (3 maart)

ongerookten: mensen die nooit gerookt hebben. Mensen die roken, zijn rokers, mensen die gerookt hebben, zijn ex-rokers. Maar mensen die nooit gerookt hebben zijn 'ongerookten'. Voorbeeldzin: 'Hoewel ze opgroeide tussen rokers, bleef ze zelf een ongerookte'. (2 maart)

smaart: het jaarlijks terugkerende besef op 1 maart dat maart eigenlijk de eerste maand van het jaar is en dat september (van sept = zeven), oktober (van octo = acht), november (van novem = negen) en december (van decem = tien) qua naam beter tot hun recht zouden komen als dat nog steeds zo was. ' Op 1 maart is er altijd even die smaart.' (1 maart)

grumor: humor die ten koste gaat van anderen; je hebt humoristen en grumoristen. Humoristen proberen het zelf te klaren, grumoristen doen het over de rug van anderen. (28 februari)

lafspreken: een afspraak afzeggen omdat je er tegenop ziet. (27 februari)

miesen: missen, maar dan in het bijzonder een radio- of tv-persoonlijkheid die je altijd erg gewaardeerd hebt. Als zo iemand overlijdt, kun je zeggen: 'Ik zal je miesen.' Het woord 'miesen' is een eponiem, een woord dat afgeleid is van de naam van een bepaalde persoon, in dit geval Mies Bouwman, die eind febrauri 2018 op 88-jarige leeftijd overleed en die voor veel mensen zo'n bedoelde gewaardeerde persoonlijkheid was. (26 februari)

lexicografiets: woordenboek waarin uitsluitend trefwoorden staan die op de een of andere manier over de fiets gaan. (25 februari)

alfabeet: spelfout. (24 januari)

ww-duizelingen: wachtwoordduizelingen, die je kunt krijgen als je ergens bent waar je weer een wachtwoord moet intikken en dus een keuze moet maken uit de grote hoeveelheid wachtwoorden die je meent of hoopt te hebben onthouden, terwijl je op dat moment even helemaal geen idee hebt wat het gewenste wachtwoord is: 'O jee, ik heb ww-duizelingen.' (23 februari)

flauwers: verlepte bloemen. (22 februari)

vergeetverhaal: een prachtig idee voor een verhaal dat je had toen je in bed lag en waarvan je dacht dat je het de volgende ochtend nog wel zou weten, maar de volgende ochtend weet je het echt niet meer. Sommige mensen hebben een heel oeuvre van vergeetverhalen. Het nadeel ervan is: ze zijn nooit opgeschreven en niemand kan ze zich herinneren, ook de auteurs zelf niet. (21 februari)

persberucht: soort van persbericht dat iemand zelf over zichzelf via de sociale media de wereld instuurt. (20 februari)
Op 20 februari 2018 maakte ik het volgende persberucht: 'Wim Daniëls publiceerde zijn boeken tot nu toe bij minimaal twintig uitgeverijen. In een reactie op deze onthulling zei hij: "Ik ben niet eenkennig."'

hagelslager: iemand die van jongsaf aan altijd of bijna altijd hagelslag op de boterham doet. (19 februari)

pruttum: mistroostig gevoel dat je krijgt als je iets ziet wat heel erg ver afstaat van wat je eigen smaak is en waarbij je denkt: hoe kunnen ze zoiets maken, zoiets op tv uitzenden, zoiets zeggen? (18 februari)

fex: apparatuur die snel komt maar ook weer snel verouderd is en dan ook niet meer gebruikt wordt, zoals het geval is geweest met de fax. De fax is het symbool voor al die snel verouderde spullen; vandaar 'fex'.  (17 februari)

bevrorengrondstoffen: de geweldig goede resultaten die Nederland al jarenlang behaalt bij het schaatsen. (16 februari)

kwops: een doel dat je al heel lang wilde bereiken maar waarvan je op een zeker moment moet vaststellen dat je het niet meer gaat bereiken. Sven Kramer moest op 15 februari 2018 - nadat hij voor de vierde keer zijn doel om de 10.000 meter langebaanschaatsen te winnen op de Olympische Spelen niet had bereikt - vaststellen dat dit doel een kwops was geworden. 'Kwops' heeft het begin van 'kwelling' in zich, maar wil tegelijkertijd met het tweede deel ook zeggen: 'kop op'. (15 februari)

lievre: het boek waarvan je het meeste houdt, dat je altijd weer graag ter hand neemt of waar je geregeld nog aan denkt ook al is het lang geleden dat je het gelezen heb. Het woord is een combinatie van 'liever' of 'lief' en het Franse woord voor boek (livre). (14 februari)

broek: boek over mode. (13 februari)

zijlstralen: liegen maar daarvan zeggen dat de leugen niet aan de inhoud raakt. Het werkwoord verwijst naar Halbe Zijlstra, die jarenlang volhield dat hij een keer bij een bijeenkomst met Poetin in een buitenhuis (datsja) van Poetin was. Daar zou Poetin duidelijk hebben gemaakt dat hij een Groot-Rusland wilde. Zijlstra was helemaal niet bij de bijeenkomst, maar zei er later van (toen bekend werd dat hij er nooit bij was geweest) dat zijn leugentje ondergeschikt was aan wat Poetin op die bijeenkomst wel degelijk had gezegd. (12 februari)

klinkende klonkers: evergreens. (11 februari)

postbrode: de broodbezorger die nog aan huis komt. (10 februari)

gutsig: veel. In 1995 schreef ik het boek Puubs 2000, waarin ik de jiongerentaal van het jaar 2000 probeerde te voorspellen. Toen het eenmaal het jaar 2000 was, bleek slechts een enkel woord uit mijn woordenlijst het echt tot de actieve woordenschast te hebben geschopt. 'Gutsig' hoorde daar niet bij. Ik geef het nu een nieuwe kans. (9 februari)

edukeesje: spottende benaming voor de verengelsing van het onderwijs in Nederland. 'Niet alleen de universiteiten maar ook de hogescholen en steeds meer middelbare scholen bieden edukeesje.'  (8 februari)

teletobber: iemand die voortdurend met zijn/haar telefoon bezig is. (7 februari)

filedenken: bang zijn dat je in een file of andersoortige rij terechtkomt en lang moet wachten. Filedenkers zijn pessimistisch van aard. Als ze nog met de auto van huis moeten gaan, zijn ze al bang dat ze in een file terechtkomen, zonder dat ze verkeersinformatie hebben over hoe druk het op de wegen is. Maar angst om in een rij terecht te komen, hebben ze bijvoorbeeld ook als ze zonder te reserven naar de bioscoop gaan. Ook als er een vliegreis gepland staat, hebben ze last van filedenken. Die balie waar ze moeten zijn, als daar maar niet etc. (6 februari)

agendag: afspraakvrije periode. 'Volgende week heb ik de hele week agendag.' (5 februari)

plomper: ongenuanceerd iemand. (4 februari)

opb'er: pakketbezorger, al dan niet van PostNL, die niet meer rustig afwacht na te hebben aangebeld of er open wordt gemaakt, maar die meteen via een van de ramen naar binnen gaat gluren om te kijken of er iemand thuis is. 'Opb' is de afkorting van 'onbeschofte pakketbezorger'. De handelwijze van de opb'er schijnt te zijn ingegeven door werkdruk. Lang wachten is geen optie. (3 februari)

tuinhanden: handen met daarop wat schrammen en met vuil onder de nagels. (2 februari)

fietsplad: fijn, egaal fietspad, zonder hobbels en gaten. (1 februari)

speeling: de toenemende rekkelijkheid die er is ten aanzien van de spelling van woorden. Naast 'cadeau' mag (van veel mensen; van mij ook) 'kado', naast 'quiz' mag ook 'kwis', naast 'per se' mag ook 'persé', enz. (31 januari)

glimluchten: het mooie, aardige, grappige van dingen willen (in)zien. 
'We glimluchtten allemaal toen hij achterstevoren op z'n fiets gezeten, voorbij kwam gereden.'
Iemand die vaak glimlucht of gemakkelijk kan glimluchten, is een glimluchter. (30 januari)

depritant: debuterend schrijver die niet hoger komt dan een verkoop van 500 exemplaren en daar terecht niet vrolijk van wordt. Veel debuterende schrijvers hebben het momenteel moeilijk. Door de grote aandacht die er is voor de paar bestsellers die er steeds weer zijn, doordat er ook zo veel boeken verschijnen en doordat het moeilijk is de nodige publiciteit te krijgen, wil de verkoop van het debuut maar niet op gang komen. Heel jammer. (29 januari)

smarthelijk: op een onthutsende manier verslaafd aan de smartphone. 'Smarthelijk' is verwant aan 'smartelijk' (verdrietig), maar onderscheidt zich daarvan in de spelling en betekenis. (28 januari)

haarde: opgewarmde aarde. (27 januari)

schrijfver: Nederlandse schrijver die in het buitenland woont, veelal in Frankrijk, Portugal of Italië, en dat in zijn/haar boeken ook voortdurend duidelijk laat merken. (26 januari)

past-stoor: een pastoor die uitgetreden is. (25 januari)

sjoemelk: melk waarvan de herkomst niet helemaal duidelijk is. Het woord is verzonnen naar aanleiding van de berichtgeving in januari 2018 over boeren die frauderen bij het aanleveren van gegevens over de herkomst van hun melk. (24 januari)

carnavieler: iemand die vroeger wel carnaval vierde als een echte carnavaller, maar dat nu allang niet meer doet. (23 januari)

debugeren: ernaar verlangen om te debuteren met een manuscript dat je geschreven hebt. Er wordt in Nederland veel gedebugeerd, maar weinigen slagen erin ook daadwerkelijk te debuteren. Sommigen kiezen uiteindelijk de weg van een uitgave in eigen beheer, waar ze meestal weinig wijzer van worden omdat zo'n uitgave veelal geen publiciteit krijgt, terwijl dat het juist is wat men wil: aandacht voor het geschreven manuscript. (22 januari)

voortjaar: het verlangen naar het voorjaar, naar warmere temperaturen, naar het afleggen van de winterjas. In feite gaat het om het aansporen (voort) van het voorjaar om te ontluiken. Maar ja, alles op z'n tijd. Je kunt nog zo vaak 'voortjaar, voortjaar' denken, het voorjaar is er pas als het voorjaar is. (21 januari)

klonjig: geurend naar een of ander parfum. (20 januari)

grunderen: teleurgesteld en verdrietig kijken na een bericht dat je geen al te beste prestatie hebt geleverd. 'Grunderen'  is de negatieve variant van  'glunderen'. (19 januari)

stormmaatjes: mensen die bevriend met elkaar zijn geraakt nadat ze elkaar leerden kennen op een dag dat het halve land plat lag als gevolg van extreem slecht weer, bijvoorbeeld een storm of hevige sneeuwval, waardoor er onder meer lang gewacht moest worden op stations of waardoor mensen gezamelijk alternatief vervoer gingen regelen. (18 januari)

treinikken: mensen die op het perron staan te wachten op een trein en zo gauw de trein stilstaat de trein in willen zonder dat ze het geduld op kunnen brengen om treinreizigers te laten uitstappen. Als ik maar binnen ben en zelf een plaatsje heb, is hun hoogste prioriteit. Het enkelvoud is: treinik. (17 januari)

ongeschuldig: een ongelukkg gevoel dat samengaat met een gevoel van schuld, omdat je vindt dat je toch een te geringe bijdrage levert aan het lenigen van de nood her en der in de wereld. (16 januari)

boegestaan: gezegd van iets wat geaccepteerd wordt omdat de bedoeling goed is, terwijl de uitvoering of constructie in feite niet deugt. Men spreekt ook wel van 'acceptroebel'.  (15 januari)

agendaag: een oude (al dan niet papieren) agenda waarvan je definitief afscheid hebt genomen door hem te vernietigen of te wissen. Het meervoud van 'agendaag' is 'agendagen' of 'agendaags'. (14 januari)

stondpunt: een standpunt dat je ooit over een kwestie had, maar dat je hebt aangepast omdat je anders over de betreffende kwestie bent gaan denken. Het is een woord dat ik een keer introduceerde bij het voormalige tv-programma Pauw & Witteman en dat daarna wel door een enkeling in gebruik is genomen, zoals door Marike Stellinga van NRC Handelsblad. Ik breng het hier graag nog een keer onder de aandacht omdat het wel in een leemte in de woordenschat voorziet. (13 januari)

primaatje: de jongen of het meisje met wie je je allereerste verkering/relatie hebt gehad. (12 januari)

aardopon: verkorting van 'aardeopwarmingontkenner'. Het gangbare woord ervoor is 'klimaatscepticus', maar dat is geen juist woord. Een klimaatscepticus is natuurlijk niet sceptisch ten opzichte van het klimaat. Het gaat erom dat een woord preciezer aangeeft waartegen de scepsis van  iemand zich richt. (11 januari)

kookido: degene die je favoriet is als kok of bakker of als schrijver of verteller over eten. 'Ja, Robèrt van Beckhoven, dat is mijn kookido.' (10 januari)

postpost: post die te laat bezorgd wordt, soms dagen te laat. (9 januari)

waai-idee: een idee dat je had, een prachtig idee, leek het je, maar je bent het vergeten, je weet niet meer wat het was.
Het komt veel voor, vooral in bed, dat je een idee hebt dat heel goed lijkt te zijn. Je denkt: daar ga ik morgenvroeg mee aan de slag. Maar de volgende ochtend ben je het helemaal kwijt. Je weet nog wel dat je een geweldig idee had, maar wat dat idee was, weet je niet meer. Het idee is verwaaid. Het is bijna een waanidee geworden. En dat is dus een waai-idee. De remedie tegen waai-ideeën is het idee meteen opschrijven als je het krijgt. Je moet niet denken: dat weet ik morgenvroeg nog wel. Nee, meteen noteren. De wereld had er misschien heel anders uitgezien als mensen niet zoveel waai-ideeën hadden gehad. (8 januari)

kelderiek: te zot voor woorden.
Het gaat om een variant op kolderiek, maar het is specifiek een verwijzing naar Jort Kelder. Daarmee is het woord een eponiem, een woord dat afgeleid is van de naam van een persoon. Op 6 januari 2018 zei Kelder in zijn toen net gestarte nieuwe radioprogramma Dr. Kelder en Co. het volgende: 'Ik zou uit eigen ervaring willen zeggen: veel vrouwen dringen er bij mij op aan om verkracht te worden.' Hij deed deze uitspraak tijdens een gesprek over mannelijke hormonen met microbioloog Rosanne Hertzberger. Kelder nam in dezelfde uitzending zijn woorden nog wel terug: 'Nee jongens, even excuus, ik ben er wat hard ingegaan door het woord verkrachting te gebruiken. Maar ik heb het gevoel en ik hoor het ook in mijn omgeving van zowel mannen als vrouwen, dat hoogopgeleide vrouwen seksueel actiever zijn. Ik word er soms weleens bang van.' (7 januari)

opmouwen: het omhoogkruipen of omhoog getrokken worden van de lange mouwen van een T-shirt wanneer er iets overheen aangetrokken wordt, bijvoorbeeld een trui.
Voor de meeste mensen geven opgemouwde mouwen een onbehaaglijk gevoel. Als ze de trui aanhebben, proberen ze door de mouwen van de trui heen de opgemouwde mouwen van het T-shirt weer omlaag te trekken. Of ze trekken de trui weer uit en trekken hem vervolgens opnieuw aan maar dan met het gelijkjtijdig vastpakken van de onderste punt van de mouwen van het T-shirt zodat die niet weer kunnen opmouwen. in plaats van een T-shirt kan het ook een bloes zijn die opmouwt als er iets overheen aangetrokken wordt. Dat gebeurt vooral als de mouwknopen van de bloes nog niet zijn vastgemaakt op het moment dat er iets overheen aangetrokken wordt. Opmouwen ligt dan al snel op de loer. Naar schatting 80 procent van de mensen vindt opmouwen iets vervelends. Tot nu toe was er echter geen woord voor, maar nu hebben we dus 'opmouwen'. (6 januari)

filondreren: iets onbepaalds gaan doen of nog geen goede omschrijving kunnen geven van wat je gaat doen.
Het woord is ooit al wel in gebruik geweest in één bepaald gezin. (5 januari)

blurp: flinke oneffenheid in/op een fietspad, waardoor je - als je de blurp niet opmerkt terwijl je eroverheen fietst - gemakkelijk de macht over het stuur kunt verliezen of een slag in je wiel kunt krijgen.
Sommige gemeenten zijn bijzonder traag in het verhelpen van blurps. De fietsschade als gevolg van blurps bedraagt jaarlijks naar schatting 2 miljoen euro. (4 januari)

kuuks: in alle opzichten geweldig; echt heel erg goed.
'Kuuks' is het nieuwe cool, knal, flex, heftig, enz. (3 januari)

akkefietsje: een klein mankement aan je fiets, maar ook een woordspeling waarin de fiets een rol speelt: fietsaminen, biografiets (biografie over een wielrenner), I wheelie love you, I am two tired, fietslatelist (verzamelaar van postzegels waarop een fiets te zien is). (2 januari)

twaiteren: even wachten voordat je met een tweet ergens op reageert, om te voorkomen dat je lomp, grof of ongenuanceerd uit de hoek komt.
Een uitgestelde tweet is een twait. (1 januari)


  • Amazonenlaan 39 5631KX Eindhoven
  • |
  • mob. 06 - 488 149 76
  • |
  • tel. 040 - 24 64 993
  • |
  • info@wimdaniels.nl