Blog

De woorden van 2018

In 2018 verzin ik elke dag een nieuw woord of een nieuwe uitdrukking:

verdierzamen: duurzame aandacht aan dieren geven. (16 december)

trapen: fietsen en onderweg geregeld afstappen om rommel op te rappen. 'Trapen' is een soort van 'plogging'. Bij plogging wordt al joggend rotzooi opgeraapt. (15 december)

dicteeën: meedoen aan een dictee. (14 december)

pauwer: de krachtige invloed die er geregeld is van het praatprogramma Pauw (en Jinek). (13 december)

past: post die veel te laat bezorgd wordt. (12 december)

zwobberig
: net iets te veel gegeten en gedronken hebben: 'Ik voel me zwobberig.' (11 december)

klunsje: een niet al te moelijk klusje dat je evenwel toch slechts met de grootste moeite geklaard hebt. (10 december)

wimmenizer: een Wim die aan het flirten slaat. (9 december)

Franse gelovutie: De opstand van de Franse gele hesjes. (8 december)

congris: een congres met een uitgebreide informatiemarkt, waar de standhouders allerlei hebbedingetjes hebben liggen die gretig meegegrist worden door de congresgangers. (7 december)

sneuveraar: iemand die vanuit jaloezie handelt en commentaar levert. (6 december)

soepprise: een surprise die niet veel voorstelt. (5 december)

iets verdutsen: ergens een deuk in maken. Je kunt iets met opzet verdutsen, bijvoorbeeld een blikje; maar iets kan ook per ongeluk verdutst worden, bijvoorbeeld de bumper van een auto. (4 december)

lozem: iemand (een man of vrouw) met wie je niet graag aan één tafel gezet wordt omdat hij of zij voortdurend moppen zit te tappen of grove praat uitslaat. 'Lozem' gaat terug op 'loos 'm', maar het woord varieert tegelijkertijd op nozem en brozem (een brozem was een nozem met een brommer). (3 december)

jaderlaag: nederlaag na een groot aantal eerdere winstpartijen; het moet en dan een keer van komen; en dan, als het zover is, is het ook geen nederlaag maar een jaderlaag. (2 december)

desomber: december vanuit het perspectief van de mensen die zich juist in deze maand met twee grote feesten eenzamer voelen dan in de rest van het jaar. (1 december)

vreggen: vragen naar de bekende weg. 'Jij blijft maar vreggen, hè?' (30 november)

penpeuteraar: een schrijver die de woorden heel zorgvuldig afweegt en heel erg vaak woorden inwisselt voor andere woorden omdat die misschien, heel misschien of toch niet of mogelijk toch wel, of nee of ja, beter zijn dan de eerder gebruikte woorden. In feite zou elke schrijver een penpeuteraar moeten zijn. (29 november)

verzame-lijk: een verzameling die een blok aan het been van de verzamelaar is geworden. (28 november)

futulistisch: gezegd van iets wat als een groots plan voor de toekomst wordt gepresenteerd maar dat in wezen niks voorstelt. (27 november)

koudweerallergie: een enorme hekel hebben aan koude, regenachtige dagen. (26 november)

onmiddelloos: niet meteen maar toch wel vrij snel. (25 november)

druilstaat: gevoel van neerslachtigheid. 'Ik tref hem de laatste tijd vaak in een druilstaat aan.' (24 november)

klimaatmaat: iemand die zijn/haar best doet om milieuvriendelijk te leven. (23 november)

formaatjes: de papieren blaadjes (ze kunnen ook van plastic zijn) die tussen plakken kaas liggen, zoals bij Milner als je die in plakken koopt. (22 november)

pagenda: papieren agenda. (21 november)

kloeten: koude voeten. (20 november)

eufrorisch: stilgevallen euforie, in feite: euforie die bevroren is. Van eufrorie is bijvoorbeeld sprake als een voetbalcommentator in een tegenvallende wedstrijd van het Nederlands elftal voortdurend verwijst naar een vorige wedstrijd die zo geweldig goed verliep en waarover iedereen zo euforisch was. (19 november)

bezic zijn: bezig zijn met heel eenvoudige, aardse dingen. 'Besic' is een verhaspeling van 'bezig' en 'basic'. (18 november)

noesjen: heel hard moeten niesen. (17 november)

drubbelen (voetbalterm): met dribbelen twee tegenstanders tegelijkertijd passeren. (16 november)

tweigeraars: mensen die twijfelen of ze iets wat hun aangeboden wordt, moeten weigeren. (15 november) 

zijn eerdere moeten herkennen in iemand: met enige weemoed in iemand degene terugzien die jezelf vroeger was toen je sterker was dan je nu bent. De nieuwe uitrdrukking is een variant op: zijn meerdere moeten herkennen in iemand. (14 november)

starterswoning: extra benaming voor de baarmoeder. (13 november)

mobeulist: agressieve autorijder. (12 november)

een emileratelbandje doen: je jonger willen voordoen dan je bent en dan je eruitziet. (11 november)

dekmantelzorg: zorg die afgeschoven wordt op mantelzorgers die de zorg die ze moeten verlenen in een aantal gevallen in feite niet aankunnen. (10 november)

plotsing: een oplossing die er lang niet leek te zijn, maar die er plotseling toch is. (9 november)

blundergoal: goal die gemaakt wordt als gevolg van een blunder van de keeper. (8 november)

rukklame: reclame die echt verschrikkelijk is, zo slecht gemaakt. (7 november)

kouwevoetenpartner: partner die zo gauw de dagtemperatuur onder de 10 graden komt, met koude voeten het bed instapt. (6 november)

vroegeren: steeds over vroeger praten. Je kunt er moe van worden, van mensen die vroegeren, maar van iemand die herhaaldelijk zegt 'Je moet in het hier en nu leven', laat staan van iemand die elke dag 'een nieuw feest' noemt en er tot overmaat van ramp aan toevoegt dat je wel zelf de slingers moet ophangen, word je nog veel minder vrolijk. (5 november)

paarkeerbon: je zoveelste parkeerbon en allemaal ten onrechte gekregen. (4 november)

uitzonderland: heel speciaal. Het gaat om een aanpassing van het woord 'uitzonderlijk' aan de naam van turner Epke Zonderland, die op deze dag voor de derde keer in zijn carrière wereldkampioen is geworden op het onderdeel rekstok. Hij deed dat op spectaculaire wijze, echt uitzonderland. (3 november)

uitsprookje: een uitspraak die bedoeld is om indruk te maken maar die het tegendeel bereikt doordat de uitspraak duidelijk nergens op gestoeld is. Het woord combineert de woorden 'uitspraak'  en 'sprookje' (verzonnen verhaal) en probeert ook de gedachte op te roepen aan de uitdrukking 'het sprookje is uit'. (2 november)

akg-momenten: momenten waarop het wereldnieuws een positieve wending neemt: er wordt ergens vrede gesloten; een verwoest natuurgebied blijkt zich wonderbaarlijk snel te hebben hersteld; het aantal verkeersdoden is overal drastisch gedaald; er is een akkoord bereikt op een klimaattop; er is goede opvang geregeld voor vluchtelingen, enz. Meestal duren ze niet heel lang, de akg-momenten, omdat er altijd weer mensen en groeperingen zijn die roet in het eten gooien. Maar je kunt ze desondanks wel koesteren, de akg-momenten, waarbij 'akg' staat voor: alles komt goed. (1 november)

absolutist: iemand die heel vaak 'absoluut' zegt. Het woord 'absolutist' bestond al wel, in de betekenis: een aanhanger van het absolutisme, de staatsvorm waarbij het staatshoofd alle macht heeft. Nu komt er dus een betekenis bij. (31 oktober)

twittering: een mooie, gevoelige tweet die het cliché ontstijgt. (30 oktober)

doegtuig: witte zakdoek(ken) waarmee voetbalsupporters willen duidelijk maken dat ze een voetbaltrainer niet meer zien zitten. (29 oktober)

ontknoping in je buik: het gevoel dat hoort bij de situatie dat je een spannend boek bijna uithebt. Je weet de afloop nog net niet. Dus er is een heftige drang om snel door te lezen. Maar doorlezen en onthuld krijgen 'wie het gedaan heeft' betekent dat het genot van het lezen van het boek ten einde is. Daarom wil je het uitlezen van het boek in feite ook zo lang mogelijk uitstellen. Dat dubbele gevoel, dat is de 'ontknoping in je buik'. (28 oktober)

verzonning: iets wat je ooit verzon, welk verzinsel je daarna zo vaak tegen anderen verteld hebt, dat je er op een zeker moment min of meer zelf in bent gaan geloven. (27 oktober)

broege: koude thee. (26 oktober)

wistorie: door een regime of een groep van mensen bewust verzwegen historie omdat kennis ervan door derden niet gunstig is voor het regime of de groep. (25 oktober)

etenswaardigheden
: verhalen die verteld worden tijdens een maaltijd. (24 oktober)

veruwing: het toenemende gebruik van 'u' waar 'uw' hoort te staan. Voorbeeld: 'Bedankt voor u advies.' 
Mijn indruk is dat de veruwing vooral onder jongeren plaatsvindt. (23 oktober)

bertensia: oplopend enthousiasme voor de tennissport door toedoen van Kiki Bertens, die eind 2017 en heel 2018 geweldige resultaten boekte. 'Bertensia' is een zogenoemd eponiem: een woord dat afgeleid is van de naam van een persoon. (22 oktober)

filmonde: filmpje dat via Youtube in korte tijd een heel groot bereik krijgt, wereldwijd. (21 oktober)

sloopslaap: een nachtrust waarvan je dodelijk vermoeid wakker wordt. 'Ik heb me toch een sloopslaap gehad. Manman.' (20 oktober)

neederlaag: een nederlaag die onnodig was. (19 oktober)

overstop: een overstap van de ene baan naar de andere (waaronder ook begrepen de overstap als presentator van de ene zender naar de andere) die totoaal niet brengt wat ervan verwacht werd en die een rem zet op een carrière. (18 oktober)

gekweldig: iets wat wel heel erg goed is maar toch ook beklemmend. 'Ja, wat een gekweldige film is dat.' (17 oktober)

zwubber: een loshangend velletje, bijvoorbeeld aan je bovenlip. (16 oktober)

moktober: de maand oktober voor degenen die last hebben van een herfstdepressie. (15 oktober)

boktoriseren: denken dat er zeer schadelijke beesten in je huis zijn, zoals de houtboktor, terwijl het om onschuldige diertjes gaat, bijvoorbeeld randwantsen. 'Jij boktoriseert al als je een vlieg ziet.' (14 oktober)

pagendum: iemand die een papieren agenda bijhoudt en beslist niet met een elektronische agenda wil werken. (13 oktober)

geitenlul: uitroep om aan te geven dat iets niet waar is, niet bestaat of onzin is. (12 oktober)

jaardig: gezegd van een verjaardag die naar volle tevredenheid is verlopen. (11 oktober)

latent: een talent dat pas op late leeftijd ontdekt wordt. 'Latent' bestaat al in een andere betekenis als bijvoeglijk naamwoord, o.a. in de betekenis 'onzichtbaar blijvend'. Maar ik gebruik het op een nieuwe manier als zelfstandig naamwoord. Soms tref je een latent aan bij een talentenjacht zoals er die op tv zijn. Je kunt zeggen: 'Het talent van een latent was altijd al wel latent aanwezig, maar kwam er om de een of andere reden nooit eerder uit.' (10 oktober)

schoonderen: er een gewoonte van hebben gemaakt om afval dat (door anderen) op straat is gegooid, op te rapen. Bij het werkwoord 'schoonderen' hoort het zelfstandig naamwoord 'schoonderaar'. Ikzelf ben wel zo iemand. Ik ben een echte schoonderaar; ik schoonder waf af op een dag. (9 oktober)

njet: een woord waarmee je iets ontkent maar waarvan iedereen weet - ook de njet-zegger - dat die ontkenning totaal uit de lucht gegrepen is. (8 oktober)

mijn computer is gecrasht: een nieuwe uitdrukking waarvan de betekenis is: ik kan me er niets van herinneren. (7 oktober)

ontmoetiging: een ontmoeting die erg ontmoedigend is. (6 oktober) 

geldverspelling: veel geld kwijtraken door spelletjes te spelen, bijvoorbeeld in casino's. (5 oktober)

stierendag: dag waarop een man die de dag erna of binnen enkele dagen gaat trouwen op stap gaat met vrienden, ook wel bekend als 'vrijgezellenfeest' of 'vrijgezellenavond'. (4 oktober)

susserd: iemand die er goed in is om ruzies te sussen. (3 oktober)

tweereld: de wereld die aan de ene kant zijn gewone gang gaat, bijvoorbeeld via voetbalcompetities, en die aan de andere zucht onder natuurgeweld of oorlogsgeweld. Nooit lijkt er één wereld te zijn waarin het voor iedereen zijn gangetje kan gaan. Altijd is er een tweereld. (2 oktober).

Sprankeltje: naam van een nog te tekenen tekenfiguur, die symbool staat voor 'hoop'. Een soort Bambi, maar dan dus Sprankeltje. (1 oktober)

nagelslagjes: de hagelslagjes die achterblijven op het bord nadat je een boterham met hagelslag hebt gegeten (30 september)

Aarle-Rixtel op de kaart zetten: als je er even uitgaat maar nog geen echt doel hebt, kun je op de vraag van iemand wat je gaat doen, antwoorden: Aarle-Rixtel op de kaart zetten. (29 september)

recihadist: iemand die veroordeeld is geweest voor het beramen of daadwerkelijk plegen van aanslagen en die na het uitzitten van de straf opnieuw in de fout gaat. (28 september)

tegen wil en drank: gezegd door iemand die zich voorgenomen had met het drinken van alcohol te stoppen maar die dat uiteindelijk toch niet kan of doet. (27 september)

storp: een plaats die het midden houdt, qua omvang, tussen een stad en een dorp. (26 september)

een guifel hebben of je guifel voelen: niet uitgeslapen zijn; vermoeid wakker worden. (25 september)

een spreekmoord plegen: een spreekwoord of zegswijze verkeerd gebruiken. In bepaalde tv-programma's worden bijzonder veel spreekmoorden gepleegd, zoals door de Nederlanders en de Vlaming die figureren in het RTL-4 programma over het Italiaanse dorp Ollolai. (24 september)

zoekenkast: boekenkast waarin de boeken totaal ongeordend door elkaar staan. (23 september)

zeganisme: de zegeningen van het toenemende veganisme. En dat bedenk ik als niet-veganist. (22 september)

onvrouw zijn: je vrouw missen als die een paar dagen elders is. (21 september)

zweeg: alleen voorkomend in de uitdrukking: dit is zweeg, met als betekenis: hier kan ik geen passende woorden voor vinden. Het gaat dus niet om de verleden tijd van 'zwijgen', al is er wel een betekenisverband, maar om een woord met een  geheel eigen functie. Op deze dag, 20 september, kwamen in de vroege ochtend vier kinderen om het leven bij een spoorwegovergang in Oss, en twee anderen (een kind en een volwassene) raakten zwaargewond. Dat is zweeg. Ik schreef er dit gedicht over: 

Ik zoek en zoek
en schuif de taallades in mijn hoofd
ruw en gehaast
een voor een open
ik kom wel woorden tegen
die voor zoiets bestemd lijken te zijn
maar ik hoef ze niet eens te wegen
ze worden meteen te licht bevonden
op mijn computer klik ik
het woordenboek open met daarin
een schier oneindige woordenschat
waarvan misschien toch een paar woorden
zouden kunnen beseffen wat er aan de hand is
maar nee, geen enkel woord, oud of nieuw
kort of lang, hoe lang ik ook zoek, past
bij wat de nieuwslezer mij heeft verteld

puiken: goed presteren: 'Ajax puikte in zijn eerste wedstrijd in de Champions League.'

'Puik' bestaat al wel lang als bijvoeglijk naamwoord: een puike wedstrijd, maar als werkwoord wordt het hier voor het eerst geïntroduceerd. De herkomst van het woord 'puik(en)' is niet bekend. (19 september)

rinsjesdag: een dag waarop het allemaal niet meezit. Het basiswoord van 'rinsjesdag' is 'rins', een bestaand woord, met als betekenis 'zuur', gezegd van bijvoorbeeld een appel. (18 september)

toonrede: de optimistische of pessimistische toon die uit de jaarlijke troonrede spreekt. (17 september)

Paramariboer: boer uit Paramaribo, anders gezegd: een Paramaribo' er die boer is. Het zou een nieuwe serie van 'Boer zoekt vrouw' kunnen zijn: Paramariboer zoekt vrouw. (16 septrember)

leenzaamheid: eenzaamheid die je voor een dag of enkele dagen kunt lenen van iemand die de eenzaamheid goed kent. Die ander is dan even verlost van de eenzaamheid. (15 september)

hampietee: een nieuwe uitroep van verbazing. (14 september)

beweegreden
: reden om te bewegen. Het woord 'beweegreden' bestaat al, in de betekenis: 'drijfveer, motief, overweging die tot een handeling leidt' (Van Dale). Nu krijgt 'beweergreden' er een betekenis bij: overweging die tot bewegen leidt, bijvoorbeeld de overweging dat je soepel wilt blijven of geen overgewicht wilt krijgen. (13 september)

windoog: een gat in het dak, waardoor je de buitenlucht ziet. 'Windoog' is in feite hetzelfde woord als het Engelse 'window'. Een window was oorspronkelijk het open gat in een hutachtige ruimte waardoor de rook van het vuur naar buiten kon. (12 september)

terreurnis: er is sinds de aanslagen van 11 september in 2001 geen jaar voorbijgegaan waarin ik op 11 september niet dacht aan die 11 september van 2001. Er komt altijd even een zekere treurnis bovendrijven; die ik in dit geval maar 'terreurnis' noem. (11 september)

opknaapbeurt: een bewuste verjongingskuur in uiterlijk (kleding, haardos, huid) van een man op leeftijd. (10 september)

vati morgana: plotseling opkomende gedachte bij iemand van wie de vader is overleden juist aan die vader. Daarbij kan het gaan om een kort geleden overleden vader maar net zo goed om een vader die al heel lang geleden is overleden. (9 september)

wiskoop: een miskoop die je nog ongedaan kunt maken. (8 september)

breinpijn: een hoofd vol zorgen. 'Breinpijn' is iets heel anders dan 'hoofdpijn'. 'Hoofdpijn' kan wel komen door breinpijn, maar je kunt ook breinpijn hebben zonder hoofdpijn te hebben. En 'hoofdpijn' bestaat ook zonder 'breinpijn'. (7 september)

zwult: in de media breed uitgemeten privéperikelen van bekende politici of van andere bekende mensen. Je wilt het niet weten maar je zult het weten. (6 september)

negenmaand: september. Hoewel in 'september' 'sept(em)' zit, dat 'zeven' betekent, is september de negende maand. De benaming september verwijst nog naar de tijd dat het nieuwe jaar in maart begon. Daarom ook dat 'okt' van oktober de betekenis 'acht' heeft, 'nov(em)' van november 'negen' en 'dec(em)' van december tien. Oktober, november en december zouden naar het voorbeeld van negenmaand, tienmaand, elfmaand en twaalfmaand kunnen heten. (5 september)

werkpoolsheiduitkering: geld dat Polen ten onrechte in Nederland of via Nederland krijgen als gevolg van fraude met de reguliere regeling voor werkloosheid. Naar verluidt zijn er duizenden Polen die met zo'n uitkering frauderen. (4 september)

seriewoordenaar: rijmelaar. (3 september)

beweeren: stellige meningen verkondigen over wat het weer in de nabije toekomst gaat doen. (2 september)

afstapfietsen: een eind gaan fietsen maar onderweg geregeld afstappen om een praatje met iemand te maken. (1 september)

bewerkwegen: aan het werken (klussen) zijn, maar niet omdat het echt moet , maar omdat je in beweging wilt zijn. (31 augustus)

nopperen: bepaalde zaken waar wel een honorarium voor gevraagd zou kunnen worden, voor niets doen, gratis. (30 augustus)

pausibel [uitspaak: pauwsiebul]: aannemelijk volgens de leer van de kerk, in het bijzonder de paus; in algemene zin geldt iets wat 'pausibel' heet te zijn als een stuk minder aannemelijk dan vrijwel elke andere leer. Maar ook een leer die geheel los van de kerk of de paus staat, kan 'pausibel' worden genoemd als het een leer is waarin wel heel veel onbewezen aannames zitten. (29 augustus)

dresstaurand: kledingzaak waarin je ook wat kunt eten. (28 augustus)

smoeffelen: mondbewegingen maken die moeten voorkomen dat anderen merken dat je iets lekkers in je mond hebt gestopt. De meeste van de hier bedoelde mondbewegingen moeten binnensmonds zijn, want anders gaat het opvallen. Smoeffelen is meestal nodig als je een te groot stuk chocola in je mond hebt gestopt. Dat heb je dan ongezien gedaan, maar als je het stuk nog maar net in je mond hebt, komen anderen bij je staan. (27 augustus)

knieglijer: voetballer die na een doelpunt te hebben gescoord uitzinnig wegrent naar een zijkant van het veld en zich daar al glijdend op de knieën laat vallen en via de knieën nog een paar meter doorglijdt. Ook de actie zelf kan een knieglijer genoemd worden. De knieglijer (de actie zelf) kan gemakkelijk tot ernstige knieblessures leiden, zeker wanneer de knieglijer ingezet wordt op een stroef veld of op kunstgras. Arjen Robben doet weleens een knieglijer. Veel toeschouwers houden dan hun hart vast. (26 augustus)

tjadag: dag waarop je terugdenkt aan iemand die heel vroeg of tamelijk vroeg is overleden. De tjadag is meestal de dag van overlijden van de betreffende persoon, maar dan een jaar terug of twee of drie of vijf jaar terug of nog langer. 25 augustus is voor mij de tjadag waarop ik aan Karel Verdonschot denk. Hij overleed op 25 augustus 2013 in Oostenrijk tijdens een wielerwedstrijd. Hij botste frontaal op een auto. Karel was docent op de School voor journalistiek in Utrecht, tuinbladenuitgever en wereldkampioen wielrennen bij de journalisten. In Nijmegen studeerde ik met hem Nederlands aan de universiteit. Mijn boek 'De taal van de fiets' uit 2018 heb ik mede aan Karel opgedragen. (25 augustus)

schroever: schrijver die heel erg gefocust is op de structuur van een tekst, zodanig dat die structuur gekunsteld overkomt. (24 augustus)

(een) marktplaatsje: iets wat via internet en dan in het bijzonder via Marktplaats is aangeschaft. (23 augustus)

schrijfschrappen: iets schrijven maar dat uiteindelijk toch niet aan de openbaarheid prijsgeven omdat je op tijd inziet dat het niet gepast is wat je hebt geschreven. Een voorbeeld is het verzonnen woord 'gerektigheid' in de betekenis: dat wat je kunt zeggen als een vreselijk misdrijf na lange tijd toch nog is opgelost doordat de dader is gevonden. In 'gerektigheid' zit het woord 'rekken' en gerechtigheid'. Maar het woord heeft een zekere speelsheid in zich, een soort van woordgrap is het. Maar een grap past niet bij de gevoelens die een ernstig misdrijf, hoe lang geleden dat ook heeft plaatsgevonden, met zich meebrengt.  Schrijfschrappen zou veel meer moeten plaatsvinden, vooral ook bij twitteraars. Mensen mogen in eerste instantie gerust iets schrijven als ze het vervolgens maar niet plaatsen, dat wil zeggen in het geval dus dat het om iets gaat dat ongepast is. Maar ja, dat moet de schrijver dan wel bijtijds inzien. Schrijfschrappen vereist een kritische geest ten aanzien van de eigen productie. (22 augustus)

futulistisch: iets kleins wat in de toekomst nog te gebeuren staat. (21 augustus)

lukmissen: mislukken door het ontbreken van geluk. 'Plaatsing voor de Champions League lukmiste doordat de bal maar liefst acht keer op de paal belandde in plaats van in het doel.' Als iets niet lukt omdat je kwalitatief niet voldoet, kan dat geen 'lukmissen' genoemd worden. (20 augustus)

pauzepozen: pauze houden en daarin ook echt even ontspannen. In 'pauzepozen' zitten de woorden:pauze, poosje en verpozen, die alle drie dezelfde oorsprong hebben, het Griekse 'pausis', rust. (19 augustus)

Donauteur: schrijver uit Oostenrijk. (18 augustus)

verinneren: pas na een tijdje naar een film te hebben gekeken, erachter komen dat je die film al een keer gezien hebt. Of: pas na een flink aantal pagina's van een boek te hebben gelezen, erachter komen dat je het boek al een keer gelezen hebt. (17 augustus)

ploxen: een wat hard geworden stukje snot dat je uit je neus hebt gehaald met je vingers wegschieten. (16 augustus)

beruch: een brug waarvan deskundigen al enkele keren hebben gezegd dat de constructie ervan niet (meer) betrouwbaar is. De verantwoordelijke overheid doet evenwel niets met die wetenschap. Sommige beruchen stortten op een zeker moment daadwerkelijk in. Een afschuwelijk voorbeeld daarvan is de grote brug in Genua, waarvan een deel op 14 augustus 2018 instortte, met veel doden tot gevolg. (15 augustus)

opstaandig: het gevoel dat je hebt als je vanwege een afspraak op moet staan, terwijl je veel liever nog in bed wilt blijven liggen omdat je nog niet helemaal uitgerust of uitgeslapen bent. (14 augustus)

nipperen: iets op het laatste moment doen. Met 'nipperen' hebben we er een mooi woord bij in het rijtje van woorden die eindigen op -ipperen', zoals: schipperen, knipperen, flipperen en snipperen. 'Kipperen' zou je ook kunnen noemen, maar dat heeft een andere klemtoonlegging. (13 augustus)

mondbijt: ander woord voor 'ontbijt'. In 'ontbijt' is 'ont' voor veel mensen toch een beetje raar. In feite heeft het de betekenis 'beginnen met'. 'Ontbijten' is dus: beginnen met bijten. Maar 'mondbijt' is wat doorzichtiger. Je hebt geslapen; je mond heeft het bijna verleerd om te bijten. Dus je geeft het commando 'mondbijt'. Dat is het ontbijt. (12 augustus)

zonderboterham: boterham waarop je geen boter doet. (11 augustus)

dreuvelen: je gedachten proberen te ordenen, wat niet lukt. (10 augustus)

theet: thee die nog te heet is om te drinken. (9 augustus)

favoribo: je favoriete boek; niet je favoriete boek van de week of van het jaar, maar je favoriete boek van alle boeken die je ooit hebt gelezen. Mijn favoribo is Unmögliche Beweisaufnahme van Hans-Erich Nossack. (8 augustus)

dan-weer-wel-dan-weer-niet-gezond-product: eten of drinken waarvan eerst gezegd wordt dat het gezond is. Maar na een tijdje komt er een onderzoeksresultaat waaruit zou blijken dat het niet gezond is; vervolgens heet het toch weer gezond te zijn; dan weer is het ... Enzovoort. Melk, bier,  wijn, koffie, kaas, eieren zijn zo van die dan-weer-wel-dan-weer-niet-gezond-producten. (7 augustus)

humoordenaars: mensen die onder het mom van humor op Twitter en elders de meest vreselijke dingen over anderen schrijven of zeggen. (6 augustus)

overboekt zijn: te veel boeken hebben die je nog moet lezen en in feite ook wel wilt lezen maar die je (dus) voor een belangrijk deel niet meer zult lezen omdat het er zoveel zijn en er bovendien steeds nog weer nieuwe boeken bijkomen. (5 augustus)

briellant: woord waarmee je je waardering kunt uitspreken voor Brielle. Ik was er vandaag, voor het eerst. Prachtige plaats, briellant. (4 augustus)

bussie: een bus die helemaal vol zit met reizigers. Het woord is een kruising tussen 'bus' en het Engelse 'busy'. (3 augustus)

wiekeren: de tegenhanger van 'piekeren'. 'Wiekeren' is juist direct enthousiast reageren. Het woord is ingegeven door het (her)lezen van een gedicht van P.C. Hooft, een sonnet, getiteld 'Gezwinde grijsaard', dat als volgt luidt:

Gezwinde grijsaard die op wakkere wieken staag,
De dunne lucht doorsnijdt, en zonder zeil te strijken,
Altijd vaart voor de wind, en ieder na laat kijken,
Doodsvijand van de rust, die woelt bij nacht bij daag;

Onachterhaalbare tijd, wiens hete honger graag
Verslokt, verslindt, verteert al wat er sterk mag lijken
En keert, en wendt, en stort staten en koninkrijken;
Voor iedereen te snel, hoe valt gij mij zo traag?

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijf ik met mishagen
De schoorvoetige tijd, en tob de lange dagen
Met arbeid avondwaards; uw afzijn valt te bang.

En mijn verlangen kan de tijdgod niet bewegen.
Maar ’t schijnt verlangen daar zijn naam van heeft gekregen,
Dat ik de tijd, die ik verkorten wil, verlang.

P.C. Hooft leefde van 1581 tot 1647. (2 augustus)

gemobiliseerde: iemand die vrijwel permanent bezig is met zijn/haar mobieltje. (1 augustus)

sneerbetoon: een beter woord voor 'roast' (voor­stel­ling waar­bij ie­mand ten over­staan van pu­bliek eer wordt bewezen door hem/haar via speelse beledigingen belachelijk te maken). Het woord is voor mijn zondagse taalspel op 29 juli 2018 verzonnen door Barend Wassink. Het spel hield in dat je minimaal twee letters voor een bestaand woord moest zetten, zodanig dat er een nieuw woord ontstond, dat je dan ook nog een definitie moest geven. (31 juli)

lawabu's: buren die veel lawaai maken en die er ook geen boodschap aan hebben dat anderen last van hen hebben. Niet zelden hebben lawabu's een hond die bij het minste of geringste blaft. (30 juli)

kloerten: aan het wandelen zijn en gewoon doorwandelen, al dan niet met paraplu ook al regent het hard. Op zich is het niet moeilijk om een compleet nieuw woord te bedenken. En de taal biedt er ook nog volop mogelijkheden voor. 'Kloerten' is zo bedacht en een blik in het woordenboek leert dat het woord nog niet bestaat. Je moet er natuurlijk een betekenis bij bedenken die gevoelsmatig past bij het werkwoord. 'Kloerten' heeft een oe-klank; daar kun je wel wat mee als het om nattigheid gaat. Maar het moeilijkste is zo'n woord ingang te doen vinden. Met echt nieuwe woorden lukt dat zelden. (29 juli)

encyclopedieren: informatieve boeken over dieren. Vraag aan de boekverkoopster: 'Hebt u ook een afdeling met encyclopedieren?' (28 juli)

afsluitwerpsel: een woordje dat als een tussenwerpsel geldt maaar dat tegelijkertijd een afscheidsgroet is. Tussenwerpsels zijn woorden die het kunnen doen zonder andere woorden erbij. Ze hebben geen hele zin nodig om te kunnen bestaan. Ze gooien zich als het ware te pas en te onpas in een tekst: huppekee. Daar heb je er dan ook meteen een. Andere voorbeelden van tussenwerpsels zijn: ajakkes, alstublieft, 
ammehoela, asjemenou, bingo, godallemachtig, guttegut, pardoes, tararaboemdiejee en ziezo. Ook afscheidsgroeten zijn tussenwerpsels, maar omdat het afscheidsgroeten zijn, heten ze voortaan afsluitwerpsels: dag, ajuus, houdoe. (27 juli)

uitfit: de korte broek gedragen door een man op zijn werk. (26 juli)

zwangeres: zwangere zangeres. (25 juli)

gebijbel: altijd maar weer terugvallen op de bijbel ('want in de bijbel staat ...') en denken dat je daarmee een overtuigend bewijs levert. (24 juli)

mededroefheid: gevoel van droefheid bij de dood van iemand die je niet gekend hebt, maar van wie je het overlijden of de plotselinge dood door wat je erover gehoord en gelezen hebt, toch heel erg vindt, vooral ook voor de nabestaanden, met wie je in zekere zin een deel van de droefheid deelt. Mededroefheid gaat in emotionele zin verder of dieper dan medeleven. (23 juli)

abdijenkletser: mop waarin een klooster een rol speelt. Een voorbeeld: In een bepaald klooster mag maar één keer per jaar door één persoon één zin gezegd worden. Dat is met Kerstmis. Het eerste jaar is broeder Jan aan de beurt. Die zegt: ‘Die soep smaakt hier voor geen cent.’ Het tweede jaar is boreder Jacob aan de beurt. Die gaat plechtig staan en zegt: ‘Ik sluit me bij de vorige spreker aan.’ Het derde jaar is broeder Alphonsus aan de beurt. Die staat boos op en zegt: ‘Nou moet dat geouwehoer over die soep eens afgelopen zijn.’ (22 juli)

drogregen: regen  die wel beloofd is maar toch niet valt. (21 juli)

defensief wonen: niet gesteld zijn op bezoek aan huis. (20 juli)

foprecht: oprecht maar niet heus. (19 juli)

onbedoeligerd: iemand die ergens een duidelijke en nogal stellige mening heeft geventileerd, welke mening niet veel later breed uitgemeten wordt in de pers en niet goed valt bij veel mensen, waarna de meninggever al snel zegt het allemaal niet zo bedoeld te hebben. (18 juli)

de schlimmste mens: iemand die meedoet aan het tv-programma 'De slimste mens' maar bijzonder weinig blijkt te weten. Nou moet ik wel vermelden dat ik al enkele keren een uitnodiging om mee te doen aan het programma heb afgeslagen. Ben ik bang ook tot de schlimmste mensen te behoren? ik heb wel voor één serie van 'De slimste mens' een reeks van vragen ingesproken. (17 juli)

variéthee: een keur aan theesoorten. (16 juli)

murineren: een vorm van wildplassen. (15 juli)

klunsjes doen: klusjes doen die steeds niet heel goed uitpakken; je verprutst meer dan je maakt of repareert. (14 juli)

groenthee: groene thee. 'Groenthee' wijkt niet heel veel af van de schrijfwijze 'groene thee', maar legt wel een nadrukkelijker verband met het woord 'groente' en daarom kies ik ervoor. Groene thee geldt net als groente als gezond, vandaar 'groenthee'. (13 juli)

afstapfietsen (werkwoord): gaan fietsen maar onderweg voortdurend afstappen om een praatje met iemand te maken, een nieuwe haring te kopen bij een viskraam, een steen van de weg te halen, enzovoort. (12 juli)

vergedaan: vergeten iets te doen. Het woord komt niet voor als 'verdoen'. Alleen de vorm 'vergedaan' wordt gebruikt: 'Ik heb het vergedaan.' (11 juli)

honduree: papiertje of plastic dingetje dat tussen plakjes kaas en/of vlees zit. Meervoud: hondurees. Ooit stond het woord in de Dikke van Dale, maar dan als spookwoord. Een spookwoord is een woord dat niet echt bestaat, maar dat de makers van een woordenboek opnemen (inclusief betekenisverklaring) om altijd te kunnen nagaan of anderen hun woordenboek kopiëren. Verschijnt er een woordenboek dat door anderen gemaakt is met daarin het spookwoord, dan weet men: hier is sprake van plagiaat. Op een zeker moment werd het woord 'honduree' in Van Dale door gebruikers van het woordenboek ontmaskerd als een spookwoord. Het is toen bij een nieuwe editie uit het woordenboek gehaald omdat het zijn (geheime) functie had verloren. Maar het was een pracnhtig woord, inclusief de hierboven gegeven definitie ervan. Daarom dat ik het hier verhef van voormalig spookwoord tot volwaardig echt woord. (10 juli)

schudderuggen: gezegd van een fietser die - voorovergebogen over het stuur - flink op en neer gaat met de rug. In het wielrennen wordt het ook wel 'mollemalen' genoemd, een vernoeming naar wielrenner Bauke Mollema, die veel schudderugt. 'Schudderuggen' is een variant op 'schuddebuiken'. (9 juli)

vloest: yoghurt met muesli en daardoorheen siroop, bijvoorbeeld blauwebessensiroop. 'Vloest' is een klankschilderend woord, waarbij de schildering vooral het mengen (en het geluid daarvan) van de yoghurt, de muesli en siroop betreft. (8 juli).

schoring: scheiding in het haar die door de kapper is 'aangelegd' door een streepje haar weg te scheren. Veel voetballers op het WK2018 hebben een schoring. (7 juli)

herliefd zijn: verliefd zijn op iemand op wie je eerder ook al eens verliefd was, maar die lange tijd toch niet meer in je gedachten is geweest. (6 juli)

schreiver: iemand die een boek heeft geschreven en dat zelf heeft uitgegeven (een zogenoemde uitgave in eigen beheer, al dan niet via een hulpuitgeverij): 'Ben jij een schrijver met een lange ij of ben jij een schreiver met een korte ei?' (5 juli)

naamgeniet: iemand die dezelfde naam heeft als jijzelf (voornaam plus achternaam) maar die je toch niet kent. Het woord is een 'gastwoord', niet door mijzefl bedacht maar op 3 juli 2018 per mail aan mij toegestuurd door Gosse Planting. Een paar keer dit jaar neem ik een gastwoord op.
Zelf heb ik zeker drie naamgenieten, maar daarnaast ook een volle naamgenoot, Wim Daniëls, uit Noord-Limburg, die ik inmiddels al enkele keren heb ontmoet. Hij was onder andere een keer aanwezig bij een voorstelling die ik gaf. We zijn toen nog samen op de foto gezet. De man is oud-leraar Nederlands, wat het naamgenootschap extra vol maakte, want zelf was ik ook ooit docent Nederlands.
Qua naamgenieten weet ik dat er een in België zit die iets doet in de tv- of filmwereld. Verder moet er in Nederlands-Limburg nog een meubelmaker wonen die een naamgeniet van mij is. En ergens anders in Nederland woont ook nog een heel jonge naamgeniet. (4 juli)

winwater: water dat je niet verbruikt omdat je zuinig wilt zijn met water. Winwater is water dat de meeste andere mensen wel verbruiken en dat jezelf, als je een keer minder waterbewust bent, ook verspilt. In dit verband past ook het woord 'recyclingswater': water dat je enkele keren hergebruikt. Het is bijvoorbeeld kraanwater waarmee je je gezicht en handen wast en  dat je opvangt om er daarna je voeten mee te kunnen wassen. En dat voetenwater kan dan, als het opgevangen is, weer gebruikt worden om de wc mee door te spoelen.
Ik schreef in 2009 het Waterwoordenboek (waarin 'winwater' nog niet voorkomt), met daarin zo'n 850 woorden die op -water eindigen, een gigantisch aantal, dat vooral duidelijk maakt hoe groot het belang van water is of inmiddels is geworden, want twintig jaar geleden waren er zoveel waterwoorden nog niet. (3 juli)

gazonde: een totaal verdroogd gazon, waarvoor slechts de troost geldt dat bruin het nieuwe groen is. (2 juli)

dramaar: een dramatische uitschakeling in een sporttoernooi waarbij je evenwel ook enkele positieve kanttekeningen kunt plaatsen, bijvoorbeeld dat de uitgeschakelde ploeg of persoon toch al verder gekomen is dan iedereen vooraf had gedacht. (1 juli)

favolied: je favoriete lied. (30 juni)

van je toetsenbord eten: vrijwel altijd online zijn. (29 juni)

twiritanten: irritante twitteraars, die van beledigen hun hobby lijken te hebben gemaakt. (28 juni)

Klimaatdagvrij: een vrije dag op Klimaatdag om 'iets aan het klimaat te doen'. De dag wordt het nieuwe ijsvrij van vroeger. Klimaatdag zal vanaf dit jaar of volgend jaat gehouden worden in de maand oktober. Het is niet waarschijnlijk dat Klimaatdag tot een vrije dag zal leiden, maar je kunt er toch in ieder geval om vragen, elk jaar weer, want het woord is er nu: Klimaatdagvrij. (27 juni)

overwringing: een onverwinning in de sport of politiek of elders die slechts moeizaam tot stand is gekomen en misschien ook niet helemaal terecht is. (26 juni)

voetbraller: voetballer die voortdurend tegen de scheidsrechter loopt te mekkeren en te schreeuwen. (25 juni)

buienrader: luie weerman.
Het gaat hier om een inzending van  Ap den Engelsman naar aanleiding van een oproep tot het verzinnen van nieuwe woorden op zondag 24-6-2018, in het kader van mijn traditionele zondagse taalspel op Twitter. Dit woord is dus - bij hoge uitzondering - niet door mij bedacht maar door de genoemde Ap. (24 juni)

probleeuw: een conflict dat maar duurt en duurt, niet een dag of zo, maar jaren en jaren. (23 juni)

lezeren: een boek heel snel lezen/doornemen. (22 juni)

kapperen: naar de kapper gaan. ' Er zijn aardig wat mensen die elke week een keer kapperen.'  (21 juni)

wensding: een wending in je leven die je al heel lang wenste. (20 juni)

knudderen: met iets bezig zijn dat beslist nooit tot een goed eindresultaat kan leiden (terwijl een goed eindresultaat aanvankelijk wel beoogd werd), maar waarmee je toch maar door blijft gaan. 'Je kunt die tekst beter helemaal weggooien in plaats van er maar mee te blijven knudderen.' (19 juni)

krekker: preciezer. (18 juni)

voetbalen: ervan balen dat je een partner hebt die veel van voetbal houdt en daardoor in een periode waarin zoiets als het WK-voetbal wordt gehouden veel over voetbal praat en veel naar voetbal kijkt. (17 juni)

Vaderdagschrik: jaarlijks terugkerende opschrikkende vraag, heel kort voor Vaderdag, soms slechts enkele uren: och jee, morgen is het Vaderdag, wat moet ik voor mijn vader kopen voor Vaderdag? Een cadeau aanschaffen voor Moederdag lijkt voor de meeste kinderen een veel minder groot probleem te zijn. Maar een cadeau voor vader? Waar maak je die man in hemelsnaam (nog) blij mee? De meesten hebben geen idee. De vaders zelf trouwens ook niet. (16 juni)

vragensteler: iemand die vaak de vragen stelt die jijzelf eigenlijk wilt stellen, maar zij of hij is je net altijd voor, waardoor het is alsof jijzelf nooit iets weet te vragen. (15 juni)

bruil: een bril waarvan de glazen heel vuil zijn. (14 juni)

spijter: een spijker in een muur die nergens toe lijkt te dienen. Er hangt niks aan. Vooral spijkers binnenshuis, in een woonkamer, zijn spijters. (13 juni)

afschijt: een afscheid op het werk van iemand die - door een botte houding of andere onhebbelijkheid - nooit erg geliefd is geweest onder het personeel of onder collega's. Om ook tijdens het spreken te laten doorklinken dat het om een afschijt gaat, wordt de klemtoon dan op de tweede lettergreep gelegd. (12 juni)

schermabonnee: iemand die geen papieren kranten (meer) leest maar wel geabonneerd is op een digitale krant of op een digitale aanbieder van nieuws uit verschillende kranten. (11 juni)

zonzondag: een zonnige zondag, met aangename temperaturen; zo'n dag waarop er her en der fietstochten worden georganiseerd, braderieën zijn, festivals, zo'n dag waarop Guus Meeuwis in een vol PSV-stadion een concert geeft, zo'n dag en dan met uitstekend weer. (10 juni)

driepel: een driehoeksverhouding, in het Engelse taalgebied een 'throuple' genoemd. In beide gevallen gaat het om een variant op 'koppel'. (9 juni)

schrever: schrijver die gestopt is of lijkt te zijn met schrijven. Een schrijver die al drie jaar niets meer gepubliceerd heeft, mag een schrever worden genoemd. (8 juni)

gluderen: een warm gevoel van binnen krijgen. (7 juni)

hekdamvoorval: een voorval als gevolg waarvan het hek van de dam is, op welk gebied dan ook. Voor de constructie zie 'balrondconstatering' van 5 juni. (6 juni)

balrondconstatering: een constatering waar je niks aan hebt omdat iedereen allang weet dat de kwestie waarover het gaat nu eenmaal zo in elkaar steekt. Het woord is gevormd naar het voorbeeld van 'cirkelrondmoment', een woord dat dj Martin Garrix gebruikte in de uitzending van RTL Late Night van 4 juni 2018. De uitdrukking 'De cirkel is rond' koppelde hij aan het het woord 'moment', d.w.z het moment waarop de cirkel rond werd, in figuurlijke zin. En dat alles trok hij samen tot 'cirkelrondmoment'. En zo heb je nu dus ook 'balrondconstatering''. (5 juni)

boezemboek: een boek dat je zo mooi of interessant vindt dat je het vrij geregeld ter hand neemt om erin te bladeren of te lezen, ook al heb je het al een keer helemaal doorgenomen of gelezen. (4 juni)

huiden (werkwoord): een huis aan de buitenkant schilderen. (3 juni)

fambrozen: frambozen die er niet meer heel vers uitzien. (2 juni)

Koreja: het nieuwe Korea, waarin Noord-Korea en Zuid-Korea verenigd zijn, wat in Koreja tot uitdrukking komt in de slotlettergreep. (1 juni)

postbezorgder: de zeer onregelmatig verschijnende postbezorger van PostNL of een andere postdienst, die in vrijwel niets meer lijkt op de vroegere postbezorger op wiens bezorgtijden je min of meer de klok gelijk kon zetten. (31 mei)

vaarkantie: een cruise. (30 mei)

tennissteuh: tennisster die tijdens een wedstrijd bij elk balcontact stevig kreunt. Er zijn ook mannelijke tennissers die kreunen. Een mannelijke tenniskreuner is een tennisseuh. (29 mei) 

tweegeslacht: een benaming voor het gegeven dat iemand lichamelijk gezien niet eenduidig vrouwelijk is maar ook niet eenduidig mannelijk. Men spreekt ook wel van 'derde gender'. Eind mei 2018 werd door een Limburgse rechtbank erkent dat het fenomeen tweegeslacht bestaat en als zodanig ook erkend moet kunnen worden in de geboorteakte. Dat gebeurde in dit geval (ten aanzien van een persoon uit Roermond) via de aanduiding 'geslacht is niet kunnen worden vastgesteld' in plaats van 'vrouwelijk' of 'mannelijk'.
Tweegeslacht wordt meestal bepaald door een afwijkende groei van de zogenoemde buizen van Müller en/of die van Wolff. Het zijn weefselstrengen die zich in het begin van een zwangerschap ontwikkelen in een embryo.De buizen van Müller leiden tot een meisje, de buizen van Wolff tot een jongetje. De buizen van Müller zijn aanvankelijk ook aanwezig bij een embryo dat uitgroeit tot een jongen, maar ze verschrompelen als het hormoon testosteron wordt aangemaakt. Ze geven dan ruim baan aan de groei van de buizen van Wolff. Maar zo verloopt het (dus) niet altijd. (28 mei)

tegenvieler: een tegenvaller die wel ook echt een tegenvaller is maar waarvan je toch meteen denkt dat je er uiteindelijk wel iets positiefs uit kunt halen. (27 mei)

spijtspijker: een spijker aan de muur waaraan niks is opgehangen. Soms zie je ze, spijtspijkers, tussen bijvoorbeeld schilderijen aan spijkers die wel zijn gebruikt. Spijtspijkers zien er troosteloos uit. Ze lijken er zich bij te hebben neergelegd dat ze niet zijn uitverkoren of per abuis in de muur zijn geslagen. Meestal moeten ze wachten op nieuwe bewoners van een zaak of woonhuis. Die hangen wel iets aan de spijtspijkers op of ze trekken de spijtspijkers uit de muur; sommigen doen dat voorzichtig om de spijtspijkers een tweede leven te gunnen, elders. (26 mei)

ontwrikkeling: een ontwikkeling die een ogenschijnlijk goedlopende zaak of relatie volledig ontwricht. (25 mei)

schrijfzanger: de Nederlandse benaming voor singer-songwriter. (24 mei)

sportkalenderiaan: iemand die zijn/haar werkzaamheden, andere activiteiten en ook de vakanties afstemt op de grote sportgeberurternissen die er het hele jaar door zijn, zoals de Tour de France, Wimbledon, het WK schaatsen, enz. (23 mei)

opgesjeesde: een automobilist die last heeft van een bumperklever. Tot nu toe was er geen woord voor degene die opgejaagd wordt door een bumperklever. Zo'n woord is er nu dus wel: opgesjeesde. 'Sjees' is een oud woord voor een wagentje, eigenlijk een tweewielig rijtuig. Het woord gaat terug op het Franse 'chaise' (stoel). (22 mei)

zich verscheten hebben: dringend moeten poepen maar op een locatie zijn waar dat niet kan, terwijl je kort ervoor nog op een locatie was waar het heel goed had gekund, maar toen was de aandrang nog net niet groot genoeg, hoewel je er wel al aan dacht. Het schijnt vaak voor te komen bij mensen die in een hotel overnacht hebben. Ze hebben alle spullen ingepakt, checken uit en vertrekken. En ja hoor, als ze vijf minuten onderweg zijn moet er iemand heel dringend naar de wc, maar die is dan niet in de buurt. Zo iemand heeft zich dan verscheten. (21 mei)

vlagel: een stukje vel, een soort velpuntje, dat naast een nagel zit, bijvoorbeeld naast de nagel van de duim. Het doet geen pijn, maar je voelt het wel zitten en wilt het weg hebben, maar hoe? Sommigen bijten het eraf. Anderen proberen het eraf te trekken, maar dat is slechter dan bijten omdat eraftrekken de kans vergroot ook goed vel mee te trekken en dan heb je een paar dagen een soort wondje. (20 mei)

strandjuggen: in de vroege ochtend hardlopen of joggen over het strand, langs de rand van het zeewater, waarbij je soms even stopt om een mooie schelp of iets anders op te rapen. 'Juggen' van 'strandjuggen' is een verhaspeling van 'jutten' en 'joggen'. (19 mei)

stopbrood: stokbrood in het geval dat voor obstipatie zorgt, wat vaak het geval is bij vakantiegangers die op vakantie opeens veel stokbrood (moeten) eten terwijl ze dat thuis zelden of nooit doen. (18 mei)

beledigeen: een ongelukkige woordkeuze die iemand als een belediging kan opvatten maar die beslist niet zo bedoeld is. (17 mei)

faut: een fout die gemaakt wordt in een correctie van een eerder gemaakte fout. (16 mei)

alledaagsje: een klusje dat je elke dag moet doen. (15 mei)

Isrel: bijnaam van Israël vanwege de altijd maar weer oplaaiende onlusten in de Gazastrook, niet zelden met doden tot gevolg. De bijnaam houdt geen oordeel in over Israël. Het is ook geen sympathiebetuiging met wie dan ook in het conflict aldaar, dat al zo goed als mijn hele leven aan de gang is. Willen ze daar eigenlijk wel vrede? Misschien wel, maar dan alleen ten koste van de ander. Maar dat is natuurlijk geen vrede. Dat is opfreten gespeld in dit geval als 'opvrede'. (14 mei)

flipnis: iemand die geobsedeerd is door fitness en heel dwangmatig veelvuldig naar de sportschool gaat. (13 mei)

krentenier: iemand met veel geld die toch heel gierig is. Ik heb het woord niet zelf bedacht, maar probeer het hier nieuw leven in te blazen. Dolf Verspoor lijkt me de echte bedenker van het woord. Hij koos ervoor toen hij een typering moest geven van een van de personages uit het door hem vertaalde toneelstuk 'Ubu Cocu' van Alfred Jarry, dat in het Nederlands verscheen onder de titel Uburleske (1965), waarin behalve 'Ubu Cocu' ook nog 'Ubu Roi' is opgenomen. Dolf verspoor overleed in 1974 op 77-jarige leeftijd. Hij was een zeer gerenommeerd vertaler, van poëzie (o.a. Neruda), proza en ook toneel. Alfred Jarry (1873-1907) was een roemruchte, drankzuchtige dichter en toneelschrijver, uit Frankrijk. Het woord 'krentenier' geldt als een 'pletter', een nieuw woord dat ontstaat door voor een bestaand woord een extra letter te plaatsen. Ik geef veel voorbeelden van pletters in mijn boek 'Koken met taal', verschenen in maart 2018. (12 mei)

blijertje: een onverwachte meevaller. (11 mei)

loop naar de hemel: een uitdrukking die je kunt gebruiken als je vindt dat iemand onaardig doet, maar waarbij je de gangbare uitdrukking 'loop naar de hel' toch iets te sterk vindt voor de persoon in kwestie. 'Loop naar de hemel' is dan een stuk milder, maar het is wel een soort van straf, want de weg naar de Hemel gaat normaal gesproken, zo schijnt, in vliegende vaart; vandaar ook Hemelvaart. (10 mei)

opquiken: zorgen voor een goede sfeer in een bedrijf in combinatie met het behalen van goede bedrijfsresultaten. Het woord is een vernoeming (een zogenoemd 'eponiem') naar Peter Quik, die algemeen directeur is van Ergon in Eindhoven en daar in juni 2018 afscheid neemt. Ergon is de uitvoeringsorganisatie inzake de Participatiewet voor de gemeenten Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.
Onze taal kent veel eponiemen, dus woorden die zijn afgeleid van de naam van een persoon: braille (Louis Braille), bintje (Bintje Jansma), axel, een bepaalde sprong bij het kunstschaatsen (Axel Rudolf Paulsen), bilharzia, een tropische infectieziekte, ook bekend als schistosomiasis (R. Bilharz), enzovoort. De bij Ergon vertrekkende directeur Peter Quik heeft Ergon weten op te quiken. (9 mei)

vakantate: typisch vakantieliedje, een zomernummer, een zomerhit, bijvoorbeeld 'Sweets for my sweet', uit 1994 van J.C. Lewis, oorspronkelijk gezongen door The Drifters (1958) en daarna door The Searchers (1963). (8 mei)

radiolaat: iemand die als het maar even kan de radio aan heeft staan; een groot liefhebber van het luisteren naar radioprogramma's. (7 mei)

zamelaar: iemand die graag en uitvoerig, vaak veel te lang, vertelt over dingen die hij/zij verzamelt. Het woord herbergt 'verzamelen' en 'zemelen' in zich. (6 mei)

Eindelijksdag: Bevrijdingsdag. Het nieuwe woord wil ook aangeven dat er een einde komt, is gekomen, aan nog meer doden (einde lijk). (5 mei)

Gevallenendag: Dodenherdenking. Bij dit woord is het duidelijker dat het gaat om mensen die in een oorlogssituatie om het leven zijn gekomen. (4 mei)

ontkwaken: wakker worden van geluiden van dieren, zoals vogels, eenden, ganzen en kikkers. (3 mei)

besnijdenie: verbod op het besnijden van zowel meisjes als jongrens. In veel landen is het besnijden van meisjes verboden. Dat verbod is er voor jongens nog niet. IJsland wordt wellicht het eerste land waar zo'n verbod er komt. Het gaat dan om het besnijden van baby's en kleine kinderen vanwege een bepaalde geloofsopvatting.
Ik ben voor een besnijdenie. Kinderen horen niet vanwege de geloofsovertuiging van hun ouders lichamelijk te lijden of verminkt te worden. Ouders die zeggen dat een besnijdenie hun eigen godsdienstvrijheid aantast, maken een denkfout. Geloofsvrijheid houdt natuurlijk niet in dat je voor anderen kunt beslissen tot welk geloof ze behoren. (2 mei)

tweetpeuk: iemand die geregeld in twitterberichten grove en gore taal gebruikt ten aanzien van anderen. (1 mei)

swurp: het gevoel dat je hebt als er veel gebeurt maar weinig verandert: 'Ik vertrok naar Zwitserland om mijn leven radicaal om te gooien, maar zie waar ik nu ben: swurp.' 
Het is gemakkelijk om een totaal nieuw woord te bedenken, dat nergens op gebaseerd is. En het is ook niet zo moeilijk om er een betekenis aan toe te kennen. Maar zulke compleet nieuwe woorden spreken de meeste mensen niet erg aan, omdat die woorden nergens bij aansluiten. Ze vinden geen geschikte plaats binnen de bestaande woordenschat van iemand. Ze zakken er als het ware meteen helemaal doorheen. Het is ook daarom dat er in onze taal zelden echt nieuwe woorden bij komen. Ze vinden geen weerklank, omdat ze niet aanhaken bij al bestaande woorden. Ze gaan vrijwel meteen roemloos ten onder. Dat lot zal ook 'swurp' beschoren zijn.' (30 april)

eigeneinde: zelfdoding, zelfmoord. 'Zelfmoord' is een verschrikkelijk woord. En dan kun je zeggen dat het daarom mooi past bij een verschrikkelijke daad, maar de meeste mensen die kiezen voor een eigeneinde, zijn wanhopig en verdienen een beter slotwoord. Op 20 april bedacht ik er ook al een nieuw woord voor; het houdt me bezig omdat een zoon van goede kennissen onlangs op 27-jarige leeftijd voor een eigeneinde koos.
Sommige lezers zullen zeggen dat 'eigeneinde' geen nieuw woord is en dat er eigenlijk een spatie tussen de woorddelen moet staan: eigen einde. Maar zoals je 'een leeg hoofd' kunt hebben en 'een leeghoofd' kun je ook 'een eigen einde' hebben en 'een eigeneinde'. De klemtoon komt bij de aaneengeschreven vorm in het begin van het woord te liggen en de betekenis verandert dus ook. (29 april)

geborgteplaats: geboorteplaats van iemand die er allang niet meer woont maar die er wel nog altijd graag komt en er zich heel goed thuisvoelt als zij/hij er weer eens is. (28 april)

smachtfoon: de smartphone van iemand die er echt niet buiten kan, die er voortdurend op moet kijken. (27 april)

Kreuningsdag: Koningsdag voor veel mensen die midden in de drukte van Koningdag wonen en last ondervinden van herrie, wildplassers, troepverspreiders, enz. (26 april)

verspraken: een afspraak niet nakomen: het spijt me dat ik gisteren verspraakt heb. (25 april)

theemeermin: vrouw die net zo veel van koffie houdt als van thee. (24 april)

boekerang: een boek dat op de een of andere manier steeds maar weer opduikt in je leven; het kan in gesprekken zijn of je ziet het ergens op vakantie in een stoffige hotelkast liggen of je zoekt het zelf weer eens op. Het komt als een soort boemerang steeds weer bij je terug, maar het heet dus een boekerang. Het is in ieder geval een boek dat je ooit heel mooi vond en dat je nog altijd wel kunt waarderen. (23 april)

pennelap: een nieuwe pen die slecht schrijft. Hij geeft bijvoorbeeld geen inkt of hij vlekt of het dopje laat los. (22 april)

voorjaarsklasziek: het enigszins treurig stemmend besef dat de voorjaarsklassiekers bij het wielrennen alweer voorbij zijn, meestal eind april. Al snel echter volgt er na dat besef een rondedansje, omdat het tot je doordringt dat nu de grote rondes gaan beginnen, allereerst de Ronde van Italië. Maar eerst voel je je even voorjaarsklasziek. (21 april)

bevrijnde: een zelfgekozen dood. (20 april)

snakkans: de mogelijkheid om iets waar je al heel lang naar verlangde te realiseren. Het eerste deel van het woord komt van 'snakken', ergens naar snakken, waarvan trouwens ook het woord 'snack', zoals in 'snackbar', is afgeleid. Het woorddeel 'kans' is de omkering van 'snak', dus 'snak' van achteren naar voren gelezen. (19 april)

kieloepa: de gedachte aan iets uit het verleden wat bijna gebeurde en heel mooi had kunnen zijn, maar waarbij je niet genoeg initiatief nam om het daadwerkelijk te laten gebeuren. Als je een kieloepa hebt, laat je in gedachten alsnog gebeuren wat je eertijds naliet. 'Kieloepa' is een geheel nieuw woord en niet bijvoorbeeld een samenstelling of verhaspeling van bestaande woorden of delen van bestaande woorden. (18 april)

vrouwde: bedrog, in welke vorm dan ook, gepleegd door een vrouw. Bedrog gepleegd door een man heet 'mannepulatie'. (17 april)

verlante: een verlangen naar het goede weer dat bij de lente hoort. (16 april)
De schrijver-dichter P.C. Hooft (1581-1647) speelde in een van zijn gedichten ooit met de woorden 'verlengen' en 'verlangen'. Dat was in een sonnet, waarvan de laatste twee strofen als volgt luiden:

Mijn lief, sinds ik u mis, verdrijve ik met mishagen
De schoorvoetige Tijd, en tob de lange dagen
Met arbeid avondwaarts; uw afzijn valt te bang. 

En mijn verlangen kan de Tijdgod niet bewegen.
Maar ‘t schijnt verlangen daar zijn naam af heeft gekregen,
Dat ik de Tijd die ik verkorten wil, verlang.

moezenissen: gedachten aan je overleden moeder - als je die hebt - die op de gekste momenten door je hoofd gaan. Soortgelijke gedachten aan een overleden vader heten 'paniekaanvallen'. (15 april)

homo slapiens: de homo sapiens die in regressie is, die zich niet echt verder ontwikkelt, los van de technologie, en gewoon oorlog blijft voeren alsof dat ook bij 'de wetende mens' of 'de mens met verstand' hoort. (14 april)

kneupeltje: het dingetje, in welke vorm dan ook, waarmee je een geopende plastic broodzak weer dichtdoet. (13 april)



eterdiscipline: maaltijdetiquette. Politiewoordvoerster en tv-presentatrice Ellie Lust introduceerde bij het grote publiek het woord 'etherdiscipline', waarmee het georganiseerd communiceren met elkaar bedoeld is via zoiets als mobilofoons. 'Eterdiscipline' is afgeleid van 'etherdiscipline. (12 april)

de socale meetdia: de sociale media die door allerlei instanties gebruikt worden om er ten behoeve van de politiek of de commercie voordeel uit te putten, vooral door er diverse statistieken op los te laten. (11 april)

trouwig: rouwig zijn om het verlies van een partner die je altijd trouw bent geweest. (10 april)

een handige harriët: een handige vrouw. Van Dale kent 'een handige harry', maar geen vrouwelijke tegenhanger. Nu hoeft dat bij uitdrukkingen ook niet, maar bij het woord 'ambidexter' geeft het woordenboek Van Dale als tweede betekenis 'een handige man'. De eerste betekenis is: 'iemand die zich even vaardig van de linker- als van de rechterhand weet te bedienen'. 'Ambidexter' komt uit het Latijn, van 'ambo' (beide) en 'dexter' (rechts); iemand dus met twee rechterhanden (wat in feite weer discriminerend is ten opzichte van linkshandigen). Maar waarom een ambidexter alleen een man zou kunnen zijn, ontgaat me. Daarom als tegenwicht voor de weinig vrouwvriendelijke ambidexteromschrijving in Van Dale een nieuwe uitdrukking: een handige harriët. (In dit soort uitdrukkingen krijgt de persoonsnaam geen hoofdletter.) (9 april)

bijtcoin: pepermuntje. (8 april)

leedwoord: het verkeerde lidwoord bij een zelfstandig naamwoord: het muur, de terras, de treinkaartje, enz. Voor mensen die vanuit een andere moedertaal het Nederlands (moeten) leren, zijn lidwoorden in veel gevallen heel lastig. In hun taalgebruik zijn - als ze Nederlands spreken of schrijven - lidwoorden niet zelden leedwoorden. (7 april)

meisterlijk (proza): schitterend proza - fabuleuze verbeeldingskracht, oorspronkelijk, geen doorzichtige literaire trucs, geen clichétaal, vaart, humor, schrijnend - geschreven vanuit het perspectief van een jong meisje. 'Meisterlijk' verbindt 'meesterlijk' met 'meisje'. Drie voorbeelden van meisterlijk proza zijn: 'De avond is ongemak' van Marieke Lucas Rijneveld, 'Mensen zonder uitstraling' van Jente Posthuma, en 'Duizend vaders' van Nhung Dam. (6 april)

theesis: een opvatting die iemand heeft over hoe je thee moet zetten. Ik sprak op 30 maart 2018 Annet Malherbe. Zij heeft - ze drinkt graag thee - een heel duidelijke theesis, terwijl ik maar wat aanrommel met het zetten van thee, terwijl ik toch ook een heuse theedrinker ben (koffie heb ik nog nooit van mijn leven gedronken). Het voert te ver hier de theesis van Annet uiteen te zetten, maar ik ben er door haar theesis wel van overtuigd geraakt dat het tijd wordt dat ik ook ga nadenken over een theesis. (5 april)

fran: een fan van iemand die in feite geen echte fan is, maar die zich wel als een fan gedraagt, omdat hij/zij vrienden heeft die wel echt fan zijn en bij hen wil de fran niet achterblijven. Het woord is een combinatie van 'fan' en het eerste deel van 'franje'. (4 april)

piapa: mannenpyjama. (3 april)

reliegnie: iets wat door dwingende en opdringerige gelovigen als waarheid wordt verrkocht terwijl het om niet meer dan een aanname gaat. 'Ik heb er echt geen zin meer in om nog langer naar die reliegnies van jou te luisteren.' (2 april)

goeddoenertje: een compliment dat echt als een warm en welgemeend compliment aanvoelt: 'Ann, dank voor je goeddoenertje.' Het goeddoenertje is het zusje van het goedmakertje, een woord dat overigens ten onrechte niet in Van Dale staat; Van Dale kent alleen 'goedmaker', waarbij verder ook geen verkleinvorm is vermeld. Van Dale telt iets meer dan 300 woorden die eindigen op -ertje, waaronder: afdankertje, afzakkertje, slippertje en tikkertje. Hopelijk komt 'goeddoenertje' er nog een keer bij. (1 april)

foei: zelfstandig naamwoord; 'foei' bestaat al wel in een andere woordsoort (als uitroep), maar nog niet als zelfstandig naamwoord. Het nieuwe 'foei' heeft als betekenis: een fooi die zo laag is dat je als ontvanger ervan nog liever niks had gehad, omdat het schamele ervan als een belediging aanvoelt. (31 maart)

bruks: gezegd van een nacht waarin je weinig of zeer onrustig hebt geslapen. 'Het was bruks.' 'Een brukse nacht.'  (30 maart)

gaswonning: afscheid nemen van gaswinning en op zoek gaan naar alternatieve energiebronnen. 'In Groningen zijn ze bezig met gaswonning.' (29 maart)

Balie-Bali: naam van een reisbureau voor reizen naar Indonesië. (28 maart)

overledigen: steeds maar weer moeten denken aan iemand die overleden is. (27 maart)

slabotten: gaan slapen met de slaaprobot, de Somnox, die in 2018 op de markt komt. (26 maart)

toenderen: plotseling met enige weemoed denken aan iets kleins van vroeger, bijvoorbeeld aan de ribbeltjes zand tussen je tenen, die er op zaterdag uitgewassen werden. (25 maart)

mitrailleurvogel: specht (24 maart)

helfthaftig: een beetje dapper maar niet heel overtuigend. (23 maart)

swierp: Uitroep bij een gevoel van blijdschap en opluchting zonder dat je precies weet waarom je blij en opgelucht bent. (22 maart)

ginnekeloog: een heemkundige die alles weet van het vroegere dorp Ginneken, dat nu bij Breda hoort. (21 maart)

gedacht: een niet opgeschreven gedicht: 'Ik maak gedachten.' (20 maart)

slogo: een logo waarin ook een slogan is verwerkt. (19 maart)

fruitdrukking: uitdrukking waarin een woord zit dat naar fruit verwijst. (18 maart)

excuussneeuw: sneeuw die nog valt als het al bijna voorjaar is; meestal dunne sneeuw, fijngesneden door de wind. (17 maart)

herkouwen: opnieuw koud worden, vooral gezegd (of liever nog geschreven) van het weer in maart of april als iedereen denkt dat de winter voorbij is maar er toch weer een koudeperiode aanbreekt. (16 maart)

bigdataal: onsamenhangend, bombastisch gesprek over big data omdat de gespreksdeelnemers geen van allen precies weten waar ze het over hebben. (15 maart)

kliepje: dingetje, wat voor dingetje dan ook, waarmee je een broodzak afsluit. Een kliepje zou geen kloepje kunnen heten, want de 'oe' van kloepje is te fors voor een kliepje. (14 maart)

wegwee: het gevoel van iemand die op vakantie gaat maar daar erg tegen opziet. (13 maart)

zijnstoring: aanrijding met een persoon op het spoor (NS-taal); seinstoring is mechanisch, zijnstoring is menselijk. (12 maart)

vogelwekker: het fluiten van de vogels in de vroege ochtend. (11 maart)

recenzeren: een negatieve recensie schrijven over een boek of film waarin de schrijver of regisseur - los van de min of meer objectief gehanteerde beoordelingscriteria - een extra trap na krijgt. (10 maart)

datamineren: proberen te achterhalen welke instanties allemaal gegevens van je opslaan als gevolg van je computer- en smartphonegebruik. (9 maart)

zouthaantje: iemand die een gigantische salarisverhoging krijgt. Het woord 'salaris' gaat terug op het Latijnse 'sal', zout. Salaris was aanvankelijk een toelage om zout te kunnen kopen (8 maart).

weewee'en: niet op een wachtwoord kunnen komen. (7 maart)

beboekdrukt: het gevoel van spanning bij vrijwel elke schrijver kort voor het verschijnen van een nieuw boek. 'Vrijdag verschijnt mijn nieuwe boek, Koken met taal, en ja, ik voel me wel een beetje beboekdrukt.' (6 maart)

inwerkelijken: na een ingrijpende gebeurtenis, bijvoorbeeld het overlijden van een naaste familielid, proberen weer op gang te komen. (5 maart)

plotsklap: de geestelijke klap die je krijgt wanneer iemand die dicht bij je staat plotseling, geheel onverwachts, overlijdt. (4 maart)

phiets vrij: gebruik geen smartphone terwijl je fietst. (3 maart)

ongerookten: mensen die nooit gerookt hebben. Mensen die roken, zijn rokers, mensen die gerookt hebben, zijn ex-rokers. Maar mensen die nooit gerookt hebben zijn 'ongerookten'. Voorbeeldzin: 'Hoewel ze opgroeide tussen rokers, bleef ze zelf een ongerookte'. (2 maart)

smaart: het jaarlijks terugkerende besef op 1 maart dat maart eigenlijk de eerste maand van het jaar is en dat september (van sept = zeven), oktober (van octo = acht), november (van novem = negen) en december (van decem = tien) qua naam beter tot hun recht zouden komen als dat nog steeds zo was. ' Op 1 maart is er altijd even die smaart.' (1 maart)

grumor: humor die ten koste gaat van anderen; je hebt humoristen en grumoristen. Humoristen proberen het zelf te klaren, grumoristen doen het over de rug van anderen. (28 februari)

lafspreken: een afspraak afzeggen omdat je er tegenop ziet. (27 februari)

miesen: missen, maar dan in het bijzonder een radio- of tv-persoonlijkheid die je altijd erg gewaardeerd hebt. Als zo iemand overlijdt, kun je zeggen: 'Ik zal je miesen.' Het woord 'miesen' is een eponiem, een woord dat afgeleid is van de naam van een bepaalde persoon, in dit geval Mies Bouwman, die eind febrauri 2018 op 88-jarige leeftijd overleed en die voor veel mensen zo'n bedoelde gewaardeerde persoonlijkheid was. (26 februari)

lexicografiets: woordenboek waarin uitsluitend trefwoorden staan die op de een of andere manier over de fiets gaan. (25 februari)

alfabeet: spelfout. (24 januari)

ww-duizelingen: wachtwoordduizelingen, die je kunt krijgen als je ergens bent waar je weer een wachtwoord moet intikken en dus een keuze moet maken uit de grote hoeveelheid wachtwoorden die je meent of hoopt te hebben onthouden, terwijl je op dat moment even helemaal geen idee hebt wat het gewenste wachtwoord is: 'O jee, ik heb ww-duizelingen.' (23 februari)

flauwers: verlepte bloemen. (22 februari)

vergeetverhaal: een prachtig idee voor een verhaal dat je had toen je in bed lag en waarvan je dacht dat je het de volgende ochtend nog wel zou weten, maar de volgende ochtend weet je het echt niet meer. Sommige mensen hebben een heel oeuvre van vergeetverhalen. Het nadeel ervan is: ze zijn nooit opgeschreven en niemand kan ze zich herinneren, ook de auteurs zelf niet. (21 februari)

persberucht: soort van persbericht dat iemand zelf over zichzelf via de sociale media de wereld instuurt. (20 februari)
Op 20 februari 2018 maakte ik het volgende persberucht: 'Wim Daniëls publiceerde zijn boeken tot nu toe bij minimaal twintig uitgeverijen. In een reactie op deze onthulling zei hij: "Ik ben niet eenkennig."'

hagelslager: iemand die van jongsaf aan altijd of bijna altijd hagelslag op de boterham doet. (19 februari)

pruttum: mistroostig gevoel dat je krijgt als je iets ziet wat heel erg ver afstaat van wat je eigen smaak is en waarbij je denkt: hoe kunnen ze zoiets maken, zoiets op tv uitzenden, zoiets zeggen? (18 februari)

fex: apparatuur die snel komt maar ook weer snel verouderd is en dan ook niet meer gebruikt wordt, zoals het geval is geweest met de fax. De fax is het symbool voor al die snel verouderde spullen; vandaar 'fex'.  (17 februari)

bevrorengrondstoffen: de geweldig goede resultaten die Nederland al jarenlang behaalt bij het schaatsen. (16 februari)

kwops: een doel dat je al heel lang wilde bereiken maar waarvan je op een zeker moment moet vaststellen dat je het niet meer gaat bereiken. Sven Kramer moest op 15 februari 2018 - nadat hij voor de vierde keer zijn doel om de 10.000 meter langebaanschaatsen te winnen op de Olympische Spelen niet had bereikt - vaststellen dat dit doel een kwops was geworden. 'Kwops' heeft het begin van 'kwelling' in zich, maar wil tegelijkertijd met het tweede deel ook zeggen: 'kop op'. (15 februari)

lievre: het boek waarvan je het meeste houdt, dat je altijd weer graag ter hand neemt of waar je geregeld nog aan denkt ook al is het lang geleden dat je het gelezen heb. Het woord is een combinatie van 'liever' of 'lief' en het Franse woord voor boek (livre). (14 februari)

broek: boek over mode. (13 februari)

zijlstralen: liegen maar daarvan zeggen dat de leugen niet aan de inhoud raakt. Het werkwoord verwijst naar Halbe Zijlstra, die jarenlang volhield dat hij een keer bij een bijeenkomst met Poetin in een buitenhuis (datsja) van Poetin was. Daar zou Poetin duidelijk hebben gemaakt dat hij een Groot-Rusland wilde. Zijlstra was helemaal niet bij de bijeenkomst, maar zei er later van (toen bekend werd dat hij er nooit bij was geweest) dat zijn leugentje ondergeschikt was aan wat Poetin op die bijeenkomst wel degelijk had gezegd. (12 februari)

klinkende klonkers: evergreens. (11 februari)

postbrode: de broodbezorger die nog aan huis komt. (10 februari)

gutsig: veel. In 1995 schreef ik het boek Puubs 2000, waarin ik de jiongerentaal van het jaar 2000 probeerde te voorspellen. Toen het eenmaal het jaar 2000 was, bleek slechts een enkel woord uit mijn woordenlijst het echt tot de actieve woordenschast te hebben geschopt. 'Gutsig' hoorde daar niet bij. Ik geef het nu een nieuwe kans. (9 februari)

edukeesje: spottende benaming voor de verengelsing van het onderwijs in Nederland. 'Niet alleen de universiteiten maar ook de hogescholen en steeds meer middelbare scholen bieden edukeesje.'  (8 februari)

teletobber: iemand die voortdurend met zijn/haar telefoon bezig is. (7 februari)

filedenken: bang zijn dat je in een file of andersoortige rij terechtkomt en lang moet wachten. Filedenkers zijn pessimistisch van aard. Als ze nog met de auto van huis moeten gaan, zijn ze al bang dat ze in een file terechtkomen, zonder dat ze verkeersinformatie hebben over hoe druk het op de wegen is. Maar angst om in een rij terecht te komen, hebben ze bijvoorbeeld ook als ze zonder te reserven naar de bioscoop gaan. Ook als er een vliegreis gepland staat, hebben ze last van filedenken. Die balie waar ze moeten zijn, als daar maar niet etc. (6 februari)

agendag: afspraakvrije periode. 'Volgende week heb ik de hele week agendag.' (5 februari)

plomper: ongenuanceerd iemand. (4 februari)

opb'er: pakketbezorger, al dan niet van PostNL, die niet meer rustig afwacht na te hebben aangebeld of er open wordt gemaakt, maar die meteen via een van de ramen naar binnen gaat gluren om te kijken of er iemand thuis is. 'Opb' is de afkorting van 'onbeschofte pakketbezorger'. De handelwijze van de opb'er schijnt te zijn ingegeven door werkdruk. Lang wachten is geen optie. (3 februari)

tuinhanden: handen met daarop wat schrammen en met vuil onder de nagels. (2 februari)

fietsplad: fijn, egaal fietspad, zonder hobbels en gaten. (1 februari)

speeling: de toenemende rekkelijkheid die er is ten aanzien van de spelling van woorden. Naast 'cadeau' mag (van veel mensen; van mij ook) 'kado', naast 'quiz' mag ook 'kwis', naast 'per se' mag ook 'persé', enz. (31 januari)

glimluchten: het mooie, aardige, grappige van dingen willen (in)zien. 
'We glimluchtten allemaal toen hij achterstevoren op z'n fiets gezeten, voorbij kwam gereden.'
Iemand die vaak glimlucht of gemakkelijk kan glimluchten, is een glimluchter. (30 januari)

depritant: debuterend schrijver die niet hoger komt dan een verkoop van 500 exemplaren en daar terecht niet vrolijk van wordt. Veel debuterende schrijvers hebben het momenteel moeilijk. Door de grote aandacht die er is voor de paar bestsellers die er steeds weer zijn, doordat er ook zo veel boeken verschijnen en doordat het moeilijk is de nodige publiciteit te krijgen, wil de verkoop van het debuut maar niet op gang komen. Heel jammer. (29 januari)

smarthelijk: op een onthutsende manier verslaafd aan de smartphone. 'Smarthelijk' is verwant aan 'smartelijk' (verdrietig), maar onderscheidt zich daarvan in de spelling en betekenis. (28 januari)

haarde: opgewarmde aarde. (27 januari)

schrijfver: Nederlandse schrijver die in het buitenland woont, veelal in Frankrijk, Portugal of Italië, en dat in zijn/haar boeken ook voortdurend duidelijk laat merken. (26 januari)

past-stoor: een pastoor die uitgetreden is. (25 januari)

sjoemelk: melk waarvan de herkomst niet helemaal duidelijk is. Het woord is verzonnen naar aanleiding van de berichtgeving in januari 2018 over boeren die frauderen bij het aanleveren van gegevens over de herkomst van hun melk. (24 januari)

carnavieler: iemand die vroeger wel carnaval vierde als een echte carnavaller, maar dat nu allang niet meer doet. (23 januari)

debugeren: ernaar verlangen om te debuteren met een manuscript dat je geschreven hebt. Er wordt in Nederland veel gedebugeerd, maar weinigen slagen erin ook daadwerkelijk te debuteren. Sommigen kiezen uiteindelijk de weg van een uitgave in eigen beheer, waar ze meestal weinig wijzer van worden omdat zo'n uitgave veelal geen publiciteit krijgt, terwijl dat het juist is wat men wil: aandacht voor het geschreven manuscript. (22 januari)

voortjaar: het verlangen naar het voorjaar, naar warmere temperaturen, naar het afleggen van de winterjas. In feite gaat het om het aansporen (voort) van het voorjaar om te ontluiken. Maar ja, alles op z'n tijd. Je kunt nog zo vaak 'voortjaar, voortjaar' denken, het voorjaar is er pas als het voorjaar is. (21 januari)

klonjig: geurend naar een of ander parfum. (20 januari)

grunderen: teleurgesteld en verdrietig kijken na een bericht dat je geen al te beste prestatie hebt geleverd. 'Grunderen'  is de negatieve variant van  'glunderen'. (19 januari)

stormmaatjes: mensen die bevriend met elkaar zijn geraakt nadat ze elkaar leerden kennen op een dag dat het halve land plat lag als gevolg van extreem slecht weer, bijvoorbeeld een storm of hevige sneeuwval, waardoor er onder meer lang gewacht moest worden op stations of waardoor mensen gezamelijk alternatief vervoer gingen regelen. (18 januari)

treinikken: mensen die op het perron staan te wachten op een trein en zo gauw de trein stilstaat de trein in willen zonder dat ze het geduld op kunnen brengen om treinreizigers te laten uitstappen. Als ik maar binnen ben en zelf een plaatsje heb, is hun hoogste prioriteit. Het enkelvoud is: treinik. (17 januari)

ongeschuldig: een ongelukkg gevoel dat samengaat met een gevoel van schuld, omdat je vindt dat je toch een te geringe bijdrage levert aan het lenigen van de nood her en der in de wereld. (16 januari)

boegestaan: gezegd van iets wat geaccepteerd wordt omdat de bedoeling goed is, terwijl de uitvoering of constructie in feite niet deugt. Men spreekt ook wel van 'acceptroebel'.  (15 januari)

agendaag: een oude (al dan niet papieren) agenda waarvan je definitief afscheid hebt genomen door hem te vernietigen of te wissen. Het meervoud van 'agendaag' is 'agendagen' of 'agendaags'. (14 januari)

stondpunt: een standpunt dat je ooit over een kwestie had, maar dat je hebt aangepast omdat je anders over de betreffende kwestie bent gaan denken. Het is een woord dat ik een keer introduceerde bij het voormalige tv-programma Pauw & Witteman en dat daarna wel door een enkeling in gebruik is genomen, zoals door Marike Stellinga van NRC Handelsblad. Ik breng het hier graag nog een keer onder de aandacht omdat het wel in een leemte in de woordenschat voorziet. (13 januari)

primaatje: de jongen of het meisje met wie je je allereerste verkering/relatie hebt gehad. (12 januari)

aardopon: verkorting van 'aardeopwarmingontkenner'. Het gangbare woord ervoor is 'klimaatscepticus', maar dat is geen juist woord. Een klimaatscepticus is natuurlijk niet sceptisch ten opzichte van het klimaat. Het gaat erom dat een woord preciezer aangeeft waartegen de scepsis van  iemand zich richt. (11 januari)

kookido: degene die je favoriet is als kok of bakker of als schrijver of verteller over eten. 'Ja, Robèrt van Beckhoven, dat is mijn kookido.' (10 januari)

postpost: post die te laat bezorgd wordt, soms dagen te laat. (9 januari)

waai-idee: een idee dat je had, een prachtig idee, leek het je, maar je bent het vergeten, je weet niet meer wat het was.
Het komt veel voor, vooral in bed, dat je een idee hebt dat heel goed lijkt te zijn. Je denkt: daar ga ik morgenvroeg mee aan de slag. Maar de volgende ochtend ben je het helemaal kwijt. Je weet nog wel dat je een geweldig idee had, maar wat dat idee was, weet je niet meer. Het idee is verwaaid. Het is bijna een waanidee geworden. En dat is dus een waai-idee. De remedie tegen waai-ideeën is het idee meteen opschrijven als je het krijgt. Je moet niet denken: dat weet ik morgenvroeg nog wel. Nee, meteen noteren. De wereld had er misschien heel anders uitgezien als mensen niet zoveel waai-ideeën hadden gehad. (8 januari)

kelderiek: te zot voor woorden.
Het gaat om een variant op kolderiek, maar het is specifiek een verwijzing naar Jort Kelder. Daarmee is het woord een eponiem, een woord dat afgeleid is van de naam van een persoon. Op 6 januari 2018 zei Kelder in zijn toen net gestarte nieuwe radioprogramma Dr. Kelder en Co. het volgende: 'Ik zou uit eigen ervaring willen zeggen: veel vrouwen dringen er bij mij op aan om verkracht te worden.' Hij deed deze uitspraak tijdens een gesprek over mannelijke hormonen met microbioloog Rosanne Hertzberger. Kelder nam in dezelfde uitzending zijn woorden nog wel terug: 'Nee jongens, even excuus, ik ben er wat hard ingegaan door het woord verkrachting te gebruiken. Maar ik heb het gevoel en ik hoor het ook in mijn omgeving van zowel mannen als vrouwen, dat hoogopgeleide vrouwen seksueel actiever zijn. Ik word er soms weleens bang van.' (7 januari)

opmouwen: het omhoogkruipen of omhoog getrokken worden van de lange mouwen van een T-shirt wanneer er iets overheen aangetrokken wordt, bijvoorbeeld een trui.
Voor de meeste mensen geven opgemouwde mouwen een onbehaaglijk gevoel. Als ze de trui aanhebben, proberen ze door de mouwen van de trui heen de opgemouwde mouwen van het T-shirt weer omlaag te trekken. Of ze trekken de trui weer uit en trekken hem vervolgens opnieuw aan maar dan met het gelijkjtijdig vastpakken van de onderste punt van de mouwen van het T-shirt zodat die niet weer kunnen opmouwen. in plaats van een T-shirt kan het ook een bloes zijn die opmouwt als er iets overheen aangetrokken wordt. Dat gebeurt vooral als de mouwknopen van de bloes nog niet zijn vastgemaakt op het moment dat er iets overheen aangetrokken wordt. Opmouwen ligt dan al snel op de loer. Naar schatting 80 procent van de mensen vindt opmouwen iets vervelends. Tot nu toe was er echter geen woord voor, maar nu hebben we dus 'opmouwen'. (6 januari)

filondreren: iets onbepaalds gaan doen of nog geen goede omschrijving kunnen geven van wat je gaat doen.
Het woord is ooit al wel in gebruik geweest in één bepaald gezin. (5 januari)

blurp: flinke oneffenheid in/op een fietspad, waardoor je - als je de blurp niet opmerkt terwijl je eroverheen fietst - gemakkelijk de macht over het stuur kunt verliezen of een slag in je wiel kunt krijgen.
Sommige gemeenten zijn bijzonder traag in het verhelpen van blurps. De fietsschade als gevolg van blurps bedraagt jaarlijks naar schatting 2 miljoen euro. (4 januari)

kuuks: in alle opzichten geweldig; echt heel erg goed.
'Kuuks' is het nieuwe cool, knal, flex, heftig, enz. (3 januari)

akkefietsje: een klein mankement aan je fiets, maar ook een woordspeling waarin de fiets een rol speelt: fietsaminen, biografiets (biografie over een wielrenner), I wheelie love you, I am two tired, fietslatelist (verzamelaar van postzegels waarop een fiets te zien is). (2 januari)

twaiteren: even wachten voordat je met een tweet ergens op reageert, om te voorkomen dat je lomp, grof of ongenuanceerd uit de hoek komt.
Een uitgestelde tweet is een twait. (1 januari)


  • Amazonenlaan 39 5631KX Eindhoven
  • |
  • mob. 06 - 488 149 76
  • |
  • tel. 040 - 24 64 993
  • |
  • info@wimdaniels.nl